Lindenoord
De oude drafbaan Wolvega heette Lindenoord:
Hier is gekoerst van 1943 t/m 1947, in 1949 en van 1951 t/m 1991.
Totaal ca. 47 jaren.
Op Lindenoord zijn ook 800 m-draverijen gehouden van 1928 t/m 1939,
van 1941 t/m 1951 en van 1955 t/m 1964).
Baanrecord (1943-1961):
New Spencer 1.23,7b Joh. Oosting op 4-7-1959
Baanrecord (1962-1991):
Action Skoatter 1.15.7a A.W. Bosscha op 10-10-1987
(Bovenstaande gegevens en onderstaande tekst zijn met toestemming
overgenomen uit het boek "Draf- en Renbanen in Nederland"
van Durk Minkema.)
Een meerderheid van de leden van de Harddraverij Vereniging Wolvega
ging begin 1928 akkoord met het bestuursvoorstel om een drafbaan
aan te leggen op een terrein bestaande uit zandgrond en bos achter
het buiten Lindenoord, op de plaats waar eens de lusthof van de
adellijke familie Van Haren was. De aankoop van het terrein, de
aanleg van de baan en de bouw van een tribune waren begroot op 40.000
gulden. Voor de uitvoering van de grondwerken, waarvoor veertig
arbeiders werden ingezet in het kader van de werkeloosheidsbestijding,
kreeg de vereniging 50% subsidie: 25% van het Rijk en 25% van de
gemeente. De circa 630 meter lange grasbaan werd op zondag 8 juli
1928 ingewijd mei een 800-meterdraverij. De twisten tussen oost
en west in Wolvega werden uiteindelijk beslecht in het voordeel
van Lindenoord, dat in West-Wolvega lag. In 1943 werden hier voor
het eerst langebaandraverijen gehouden. Wolvega organiseerde gewoonlijk
een of twee meetings per jaar, een enkele maal drie.
Overzicht van de baan Lindenoord
tijdens de openingsmeeting
op 8 juli 1928.
Er werden toen alleen 800 m
draverijen georganiseerd.
(uit:Fen Fryske Groun, 20 juli 1928)
Vanaf 1960 zou Lindenoord onder de energieke leiding van voorzitter
Nuttert Timmerman tot grote bloei komen. In het najaar van 1961
werd de grasbaan omgezet in een sintelbaan van 646 meter lengte
met mooi verhoogde bochten, welke op 6 mei 1962 bij stormachtig
weer in gebruik werd genomen. Daarmee had Friesland haar eerste
kunstbaan. Het aantal meetings per jaar nam geleidelijk toe en omvatte
in 1970 al 24 per jaar, in 1980 zelfs 54. De accommodatie werd voortdurend
aangepast, zowel voor de paarden als voor de bezoekers. Op het nieuwe
stalterrein betrok in november 1963 de trainer Jaap Hof de stal
'Nooitgedacht', en in 1966 werd er een nieuwe sporthal geopend met
toto-loketten en een restaurant voor 200 personen aan de voorkant
op de eerste verdieping. Hiermee was de feesttent van restaurateur
Dirk Kuipers verleden tijd. Voortaan zou hij de restauratie in de
sporthal verzorgen. Ook de baan werd verbeterd en iets verlengd
tot 709 meter, terwijl in de herfst van 1967 de baanverlichting
in gebruik werd genomen, zodat men 's winters avondkoersen kon organiseren.
Jaap Verhoeve neemt de kop onder het oog
van de jury in de rechterstoel.
(3 ansichtkaarten uit de collectie Lensing)
Duizenden mensen langs de baan en daarachter
de sporthal met tribune. Later werd tussen de
rechterstoel en de sporthal nog een restaurant gebouwd.
Karakteristiek plaatje.
Het was geen rondje om de kerk,
maar een rondje bij de kerk.
In 1969 werd de accommodatie verder uitgebreid met
de bouw van een restaurant tussen de een jaar oude rechterstoel
bij de finish en het bestaande restaurant van de sporthal. Een nieuwe
impuls kreeg de drafsport in Wolvega toen in 1973 het trainingscentrum
"Oppers"werd geopend, waar de bekende trainers Kromkamp, Mollema
en Wortel hun intrek namen. Op het stalterrein van de drafbaan werd
het aantal (inspan-)boxen voortdurend uitgebreid en de baan werd
in 1977 nog eens geheel gerenoveerd. In april 1978 werd de restauratie
van het baanrestaurant van Dirk Kuipers overgenomen door Ben Brinkman.
Topdagen op Lindenoord waren de Boll- en Sharpdagen, waarbij de
pikeurs prachtige ameublementen konden winnen, later opgevolgd door
de Home Center-dagen.
Lindenoord op een mooie zomerdag.
Het oude drafcentrum Lindenoord
in de dorpskern van Wolvega.
(foto's Wim Huybers)
Avondkoers op een bomvol Lindenoord.
De baan lag intussen geheel binnen de bebouwde kom
en er was weinig parkeerruimte. Bovendien wilde de gemeente het
terrein wel gebruiken voor woningbouw. Het leidde er loe dat er
een nieuwe baan kwam ten oosten van Wolvega, zodat Lindenoord haar
laatste meeting had op 26 september 1991. Sporthal, tribunes en
stalgebouwen werden afgebroken. Op de plaats van het vroegere stalterrein
kwam een supermarkt, en de vroegere drafbaan werd omgetoverd tot
Parkplan Lindenoord met villa's en dorpskastelen rondom het plantsoen
Wildbaan. De ligging van de baan Lindenoord is te vinden op de kaart
bij baan Oosting.
(Bronnen: E. Krikke en L. Postma: 175 jaar drafsport in Wolvega.
1997; Stellingwerf.)
Lindentrek
Hiervan is de baanlengte 1.000 m.
Baanrecord (1991-heden):
General November 1.12.6a over 1609m met Th. Panschow op 29-5-1999
De drafbaan aan de oostkant van Wolvega, vlakbij de snelweg, is
de meest recent aangelegde baan van Nederland. Wolvega had in Lindenoord
een knusse, kleine baan, die echter midden in het centrum lag en
tijdens meetings nogal wat overlast en parkeerproblemen gaf. Al
in 1986 werden initiatieven ontplooid, vooral door toedoen van Rob
Feenstra, directeur van Home Center Meubelen, om een nieuwe, moderne
drafbaan in Wolvega aan te leggen, welke tevens geschikt zou zijn
voor het verrijden van grote, internationale draverijen. Na vele
inspanningen kwam de financiering in 1989 rond en op 4 oktober 1990
ging de bouw daadwerkelijk van start. Als locatie diende een weilandterrein
aan de oostkant van Wolvega, even ten westen van de toen in aanleg
zijnde snelweg A32. Het terrein lag ten noorden van de Eikenlaan
en direct ten westen van de Heirweg. De totale beschikbare oppervlakte
was 21 ha. De baan werd aangelegd naar het voorbeeld van de Zweedse
drafbaan Solvalla, waarbij Lars Sandstrom uit Stockholm als adviseur
optrad. De kunstbaan kreeg een lengte van 1000 meter, was 20 meter
breed, en de bochten kregen een sterke verkanting: 18% over de eerste
9 meter en 4,5% over de volgende 4,5 meter, gerekend vanuit de binnenkant
van de baan. De toplaag van de baan werd gevormd door een mengsel
van zand en sintels met uiteenlopende diameter en als fijnste fractie
werd er leem aan toegevoegd, iets waarvan men later spijt kreeg.
Want bij slecht weer werd de doorlatendheid slecht. De baan werd
rondom verlicht. Binnen de baan kwam een geasfalteerde strook ten
behoeve van de jurywagen en daarbinnen een trainingsbaan van zand.
Aan de westkant van de baan verrees een glasdichte tribune, berekend
op een capaciteit van drieduizend bezoekers. Deze tribune omvat
twee verdiepingen. Op de begane grond is een totohal annex evenementenhal
voor circa duizend personen en een restaurant. De eerste verdieping
omvat een tribunerestaurant boven de totohal, en een restaurant.
Aan de zuidkant van de tribune, tegenover de finish, is op de eerste
verdieping de rechterstoel, ruimte voor het draverijcomité en een
videoruimte. In de rechterbocht staat een klein restaurant voor
pikeurs en stalpersoneel en daarachter is het stalterrein met boxen
en stands voor ca. honderd paarden. Aanvankelijk was tussen de tribune
en het pikeursrestaurant een defileerring aangelegd, maar die werd
later hij het parkeerterrein getrokken, dat achter de tribune was
aangelegd en dat via de nieuw aangelegde Drafsportlaan bereikbaar
was. Aan de overzijde van de baan, direct ten oosten van de Heirweg,
werd het entrainement van de bekende noordelijke trainer Arnold
Mollema gebouwd met een stal met 46 boxen.
Wolvega Lindetrek staat op de kaart.
Rechts daarvan de trainingsbaan
van Arnold Mollema.
Beeld vanuit de andere rechterbocht.
(foto Wim Huybers)
De eerste meeting op de nieuwe haan kon al op donderdag
10 oktober 1991 verreden worden en negen dagen later, op zaterdag
19 oktober vond de officiële opening plaats door de toenmalige staatssecretaris
van Landbouw, drs. D.J. Gabor. Het totale complex had 14 miljoen
gulden gekost, deels in de vorm van subsidies van o.a. het ministerie
van Economische Zaken, provincie en gemeente, deels in de vorm van
leningen. Van een lening van 2.5 miljoen gulden werd de rente en
aflossing door de stichting NDR gegarandeerd, terwijl de gemeente
zich garant stelde in de vorm van een terugkoopgarantie voor een
lening van 5,75 miljoen gulden van de Rabobank. De financiering
betekende een zware last op de schouders van het bestuur van de
stichting Lindetrek. Er werden grote verliezen geleden en medio
1993 traden al de eerste scheuren in het bestuur op. Uiteindelijk
was begin 1995 het faillissement van de stichting onafwendbaar,
toen bedroeg de schuldenlast 19 miljoen gulden. De gemeente Weststellingwerf
werd nu juridisch eigenaar van de baan, terwijl de exploitatie werd
voortgezet door de door de NDR opgerichte Stichting Behoud Lindetrek,
die het complex van de gemeente huurde. In de zomer van 1995 is
het complex ook nog enige tijd verhuurd aan discotheek-eigenaar
Jules Smit uit Coevorden (een bekend eigenaar van dravers), die
er tevens een uitgaanscentrum van wilde maken. Dat mislukte omdat
de benodigde vergunningen niet werden verleend.
Het nieuwe drafcentrum Lindetrek
aan de buitenkant van Wolvega.
De paarden stellen zich op achter de start-auto
in de linkerbocht (vanuit de tribune gezien).
Achter de tribune ziet u het stallencomplex.
Beeld vanuit de andere rechterbocht.
Er is een "topmeeting", vandaar de
tent voor genodigden naast de tribune.
(foto's Wim Huybers)
Uiteindelijk werd de baan op 8 mei 1996 gekocht door
de Wassenaarse vastgoedmagnaat Ed Maas, een succesvolle eigenaar
van dravers en renpaarden en later bekend geworden als voorzitter
van de politieke partij Lijst Pim Fortuyn. Hij kocht het gehele
complex, uitgezonderd 3 hectare naast het parkeerterrein, dat de
gemeente voor scholenbouw (het Lindecollege) bestemde en betaalde
daarvoor 6,2 miljoen gulden, inclusief de door de NDR gegarandeerde
lening van 2,5 miljoen gulden. Circa anderhalfjaar later zou de
NDR deze lening in zijn geheel aflossen aan de heer Maas. Maas had
intussen de dravereigenaren André van Mierlo en Klaas Bootsman deelgenoot
gemaakt van de financiering van de baan, die voortaan Drafcentrum
Wolvega zou heten. Tevens had Maas bij de overname belangrijke garanties
bij de NDR bedongen zowel met betrekking tot de koersagenda als
tot de verdeling van de klassieke koersen. De garantie dat voortaan
de zaterdag als koersdag uitsluitend aan Wolvega voorbehouden was,
legde een behoorlijke basis voor een gezonde exploitatie. Het driemanschap
bracht belangrijke verbeteringen op het drafcentrum aan waarmee
het complex aanmerkelijk publieksvriendelijker werd. Op de begane
grond kregen totohal en restaurant meerdere uitgangen naar buiten
en voor de tribune kwam een trapsgewijs terras. Langs de buitenzijde
van de baan kwam een nieuwe reling en rondom het gehele complex
een nieuw hekwerk. Op het middenterrein werd aan de noordzijde een
vijver gegraven en met de vrijgekomen grond werd een aarden wal
rondom de bochten aangelegd. Het tweede parkeerterrein werd verhard,
op de eerste verdieping werd een bestuurssocieteit gecreëerd ten
behoeve van de opgerichte Business Club, later Social Club en ten
slotte werd er een kindercrèche bij gebouwd.
Het koersprogramma van Wolvega werd steeds aantrekkelijker, vooral
ook toen eind 1997 Hilversum haar poorten sloot. Wolvega had al
belangrijke koersen als de Fokkers Trofee en de Grote Unitrotprijs,
nu kwam er de internationale koers, de Prijs der Giganten, onderdeel
van het Europese Grand Circuit, bij. Daarnaast werden de zeer hoog
gedoteerde Dragon Trotters Sires Stakes op Wolvega verreden, waarvan
dravereigenaar en effectenmakelaar Tjalco de Witte de initiator
was. Intussen ontwikkelde de NDR nieuwe plannen en richtte zij een
banenholding op met de bedoeling om naast het al in haar bezit zijnde
Duindigt, ook de andere belangrijke koersbanen erin onder te brengen.
Begin 2000 verkocht Maas de baan Wolvega voor circa 9 miljoen gulden
aan de banenholding. Deze holding sloot hiervoor een lening van
eenzelfde bedrag af tegen 7,5% rente bij Staal Bankiers, de huisbank
van Maas, terwijl Maas tevens het recht kreeg de baan voor 7,5 miljoen
gulden terug te kopen. Twee jaar later kwam de NDR in ernstige financiële
problemen en werd zij gered door een tiental kapitaalkrachtige eigenaren,
die een lening van 6,5 miljoen euro (14 miljoen gulden) verstrekten
tegen 5% rente. Hiermee werd de lening aan Staal Bankiers afgelost,
terwijl tevens de rekening-couranttegoeden van de deelnemers en
de inleggelden voor de klassieke draverijen en rennen veilig gesteld
werden.
Tot zover de tekst uit het boek van Durk Minkema.
|