|
In het Kerstnummer 2009 van het weekblad Draf&Rensport stond
onderstaand artikel van de onvolprezen Durk Minkema.
Titel: Een eeuw lang dames op koers
Anno 2009 hebben de vrouwen in de wereld van de draf- en rensport
een volwaardige plaats ingenomen. Dat was in de beginjaren, zoals
in zoveel sporten, anders. Toen was het een zuivere aangelegenheid
voor de mannen, die overigens wel konden genieten van het vrouwelijke
schoon, dat eind 19e eeuw deel uitmaakte van het publiek, vooral
op de renbaan van de garnizoensstad Breda, maar ook op Clingendaal
en Cruysbergen.
Elisabeth Kuys
Ruim 100 jaar geleden, om precies te zijn op 28 mei 1908, had de
gezellige draf- en renbaan Cruysbergen in Bussum de primeur van
de eerste vrouwelijke deelnemer aan een draverij. Het was Elisabeth
Kuys uit Den Haag die uiteindelijk succes had in haar volhardend
streven om een rijvergunning te bemachtigen. Ze reed haar eigen
paard, de driejarige hengst Locomotief en dat gebeurde niet in een
doorsnee koers maar in de tweede Nederlandse Derby voor dravers.
Ze had die dag overigens nog weinig geluk want ze hield haar paard
in. Doch ook de aanvankelijke winnaar van die Derby, Lazuur, had
geen succes omdat die gediskwalificeerd werd wegens couperen van
de tweede aankomende Redmond, die tot winnaar werd uitgeroepen.
Maar bovendien bleek Lazuur zijn km. tijd met maar liefst 29 seconden
verbeterd te hebben. Deze opmerkelijke vormverbetering, waarvoor
de trainer kennelijk geen afdoende verklaring kon geven, was voor
het draverij-comité aanleiding om het paard voor zijn leven
van deelname uit te sluiten. En zowel de eigenaar als de trainer-pikeur
werden voor de rest van het jaar deelname aan de draf-en rensport
en toegang tot de baan op koersdagen ontzegd. Nu was die eigenaar
niemand minder dan Walter Jochems, die als bezitter van Duindigt
dus niet op zijn eigen renbaan mocht komen. Hij had 3 dravers en
34 renpaarden in zijn bezit, die ook niet meer mochten starten.
De kwestie Lazuur gaf dan ook aanleiding tot veel beroering en veel
ingezonden stukken in de Nederlandsche Sport.
Terug naar mejuffrouw Kuys. Het bestuur van de Algemeene Harddraverij
Vereeniging, die de koersen op Cruysbergen organiseerde, reikte
haar die dag als blijk van waardering een keurige bloemenmand uit.
Het volgende jaar liet zij haar vergunning als eigenaar-rijder omzetten
in een vergunning als leerling-pikeur (bij Jan Koster in Heemstede)
en won ze uit 16 starts haar eerste koers met dezelfde Locomotief
op 29 september 1909 op Duindigt. Later zou Elisabeth Kuys met haar
paard Major Henry nog verschillende malen als eigenaar-rijdster
tussen de mannelijke professionals aan de koersen deelnemen.
Mej. Elisabeth Kuys en de schimmel Major Henry.
Ze had een kuise rok aan.
Uit: D.A. van Stralen, Kalender der Draverijen
en Paarden-Album 1923.
'Heerrijder'
De volgende vrouwelijke voorloopster was Mej. Lijnkamp. Zij won
bij haar eerste start de heerrijderskoers in Boxtel op 29 juni 1919
met de merrie Dora, een paard van haar vader, de toen bekende eigenaar
J.B. Lijnkamp uit Halfweg. Zij maakte dat jaar nog een start, overigens
zonder resultaat, daarna komen we haar naam niet meer tegen. Het
feit dat zij als heerrijder was geaccepteerd was opmerkelijk en
getuigde er van dat de Nederlandse Heerrijders Club een ruimhartiger
standpunt innam dan zijn latere opvolger, de Nederlandse Amateurrijders
Club. Die zag er met de komst van de amatrice-draverijen in 1951
niets in om hun club open te stellen voor de vrouwelijke collega's,
zodat de amatrices in 1967 een eigen belangenvereniging oprichtten,
de Ned. Ver. Van Amatrices.
Eerste draverij voor dames
Elisabeth Kuys was niet alleen als eigenaar en rijder actief. Ze
was als secretaris-penningmeester de drijvende kracht achter de
Paardensport Vereniging Houtrust, die vanaf 1912 de veel bezochte
800 meter-draverijen op Houtrust organiseerde, welke er in belangrijke
mate aan hebben bijgedragen dat de drafsport na het verbod op de
totalisator in 1911 niet geheel verloren ging in ons land.
Op 5 september 1926 organiseerde zij de eerste damesdraverij in
Nederland op 'haar' baan Houtrust. Dat was uiteraard een 800 meter-koers
en van de vier deelneemsters won mevr. Pennings-de Vlieger, een
telg uit een bekende drafsportfamilie uit de Haarlemmermeer, met
Idylle. Ook in 1931 en 1932 wist Elisabeth Kuys een draverij voor
dames op het Houtrust-programma te krijgen.
Boven: Een oude foto met onderschrift. Iemand heeft achter
de naam Mevrouw Pennings geschreven: - de Vlieger.
Vast familie van Dirk en Jan de Vlieger.
Zij won de zogenaamde dames-koers op Houtrust
in 1926 met Idylle.
Boven: Dit kleine fotootje komt uit het Heikens-archief,
met onderschrift: dames-koers op Houtrust. Het gaat om dezelfde
koers, want als je goed kijkt herken je Mevr. Pennings met Idylle
als tweede van links. Zo te zien dragen de dames rokken.
Zouden die met knijpers vastzitten?
Boven: De deelneemsters aan de dameskoers op Houtrust
op 2 augustus 1931. V.l.n.r. mej Pronk, mej. v.d. Touw,
mevr. Pennings-de Vlieger, mej. Oosthoek en
mej. Martha de Vlieger.
De rijbroek heeft haar intrede gedaan.
Uit: Paard en Paardenwereld, 6 aug. 1931
Definitieve doorbraak
Daarna zou het tot 1951 duren voordat de amatrices definitief hun
intrede in het koersgebeuren bij de drafsport maakten. Maar liefst
23 amatrices bestreden elkaar dat jaar in vier draverijen. De eerste
vond plaats op 30 september 1951 op de baan in het Groningse Stadspark
en moest vanwege de grote belangstelling van de zijde der dames
gelijk gesplitst worden in twee afdelingen. De eerste afdeling werd
gewonnen door Janna Peenstra (de latere mevr. Dragt-
Peenstra) met Notre Dame, de tweede door Mientje Oosting (de latere
mevr. Slager-Oosting) met New Spencer. Dat heeft Elisabeth Catharine
Kuys, die in 1957 op 79-jarige leeftijd overleed, nog mogen meemaken.
Mej. Kuys was altijd met het draverij-gebeuren verbonden gebleven
en maakte van 1939 tot 1949 deel uit van de het Stamboekbestuur
en was vanaf 1945 ook bestuurslid van de KNHRV. Van haar grote kennis
van de fokkerij hebben velen kunnen profiteren.
Boven: Draf-Amatrices in het beginjaar van de georganiseerde
amatrice-koersen. Dit zijn de deelneemsters aan de
Jacoba van Beieren-prijs te Duindigt op 13 oktober 1951.
- voorste vijftal v.l.n.r.: mej. Martha de Vlieger (zus van Jan),
mevr. Schoonderwoerd-Verbeek, mej. Nelly Wagenaar
(later met Tom Kooyman getrouwd), mevr. Boomgaard,
mej. Atie van Rijswijk
- tweede vijftal v.l.n.r.: mej. M. van Wijk (later met
Jan van Dooyeweerd getrouwd), mej. E. van Gaalen,
mevr. Post-Pronk, mej. G. Ensing (later met Bram
Nottelman getrouwd), mej. C. Fokke
- bovenste drie v.l.n.r.: mej. Janna Peenstra (later
met Joop Dragt getrouwd), mej. H. Oosting, mej. E. Veenstra.
(foto uit het Heikens-archief)
|
Boven: Dezelfde deelneemsters aan de Jacoba van Beieren-prijs
tooien zich voor de foto met een "Funny hat", een leuk hoedje.
v.l.n.r.: mej. C. Fokke, mej. E. van Gaalen, mej. M. van Wijk,
mej. E. Veenstra, , mej. Atie van Rijswijk, mevr. Boomgaard,
mej. Mientje Oosting, mej. Janna Peenstra, mej. A. Hop,
mej. Nelly Wagenaar, mevr. Post-Pronk,
mevr. Schoonderwoerd-Verbeek.
Mej. C. Fokke (links) draagt een bos bloemen want zij heeft de
eerste afdeling gewonnen met Nuni Brewer. Nelly Wagenaar won
de andere afdeling met Lady Zora en werd tweede met
Mr. Fried in de eerste afdeling.
(foto uit het Heikens-archief)
Damesrennen
Ook in de Nederlandse rensport zouden de vrouwen als actief deelnemer
hun intrede doen en wel in het jaar 1934. Tot die tijd had men twee
soorten rennen, voor jockeys of voor heerrijders (+ officieren).
In 1933 waren er van de eerste categorie nog 27 rennen en van de
tweede 29. Maar in 1934 was er een groot gebrek aan professionele
jockeys, hetwelk versterkt werd door het feit dat de toen meest
succesvolle trainer en jockey voor bijna twee jaar geschorst was.
Er was kennelijk grote belangstelling van de zijde der dames om
aan rennen deel te nemen en de KNHRV gaf in het begin van 1934 al
11 rijvergunningen af aan amatrices, allen afkomstig uit Den Haag.
De eerste ren voor amatrices vond plaats op zondag 22 april 1934
op Duindigt en werd gewonnen door freule M.O. Quarles van Ufford.
In totaal werden dat jaar 20 damesrennen gehouden, naast 21 voor
officieren en heerrijders. Geen enkele jockey-ren werd dat jaar
verreden en trouwens ook niet in 1935. Onder de succesvolle amatrices
treffen we naast freule Quarles van Ufford namen aan als mej. I.
Roderwald (later mevr. Siem-Roderwald), mej. G.P. Pauptit, mevr.
J. Hensen, mevr. Daphne van Hoboken van Hoedekenskerke en mej. M.M.
Wilson.
In 1935 waren er 18 amatricerennen, in 1936 tien, in 1937 nog één
en daarna was het voorlopig gebeurd. Ze hadden weer plaats gemaakt
voor rennen voor jockeys. Pas in 1944 kwamen de amatricerennen terug
op het programma.
Boven: Op zondag 22 april 1934 werd op Duindigt
de eerste ren voor amatrices gewonnen door
freule Quarles van Ufford met Elass.
Uit: Het Paard 2 (1934) 17.
Dit is renamatrice Lientje Wagenaar uit Den Haag,
die haar hobby met haar leven moest bekopen.
Zij nam op 1 juli 1949 met haar lievelingspaard
Etoile du Nord deel aan de Prix des Dames op de
baan Boitsfort bij Brussel en leek op een onbedreigde
overwinning af te gaan. Tweehonderd meter voor de
finish kwam zij plotseling noodlottig ten val,
hetgeen zij niet overleefde.
Boven: Annemiek Beissel von Gymnich (links op de foto)
bij de huldiging van de door haar getrainde Fangoline,
winnares van de Duinrell-prijs op 12 juli 1981 op Duindigt.
Aan het hoofd van het paard groom Gwen de Bats.
Boven: Hier geniet Ina Schwarzkachel van
een verversing na haar overwinning in de Wassenaarse
Pauw op 31 augustus 1973 op Duindigt.
(foto Jacques van Bellen)
Vrouwelijke renprofessionals
Pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw zouden vrouwen hun
intrede in de beroepskringen van de rensport maken. Annemiek Beissel
von Gymnich werd in 1965 in Nederland de eerste vrouwelijke publiek-trainer
bij de volbloeds, nadat ze daarvoor al vanaf 1954 als renamatrice
actief was geweest. Een jaar later, op 18 september 1966 maakte
de toen 23-jarige Mej. R.R.D. (Ina) Schwarzkächel uit Den Haag
in de Polderjongen-prijs met Mona Lisa haar debuut als eerste Nederlandse
vrouwelijke jockey. Haar mannelijke collega's, met uitzondering
van Henk van der Kraats, bleven die dag na het uitwegen demonstratief
in de weegkamer achter. In 1971 won zij als eerste vrouwelijke jockey
de ren-Derby, met de schimmelmerrie Cleopatra. Zij kreeg de bijnaam
Miss Cesarewitch toen zij in de jaren 1969 tot en met 1973 vijf
jaar op rij deze stayersren op haar naam schreef.
De eerste vrouwelijke profs in de drafsport
Een tiental jaren nadat de beroepsrangen van de rensport kennis
maakten met vrouwelijke deelnemers, kwamen de eerste vrouwen de
beroepsrangen bij de drafsport versterken. De Hilversumse Maria
Poort werd in 1975 de eerste vrouwelijke beroeps-pikeur in de Nederlandse
drafsport. Ze was in 1966 begonnen als amatrice en werd in 1971
leerling-pikeur. Ze was achtereenvolgens verbonden aan het entrainement
van Buddy de Vries, waar ze triomfen vierde met o.a. Orange Bowl
en Prizefighter, en entrainement Rinus van Leeuwen, waar de combinatie
met de ijzeren dame Wanda Pluto talloze successen opleverde. Toen
de drafbaan Hilversum eind 1997 haar poorten sloot en Rinus van
Leeuwen het trainerschap voor gezien hield, werd Maria Poort beroepstrainer
in Lelystad.
In 1976 werd Zus Noordam uit 's-Gravenzande de volgende beroepspikeur
in de drafsport, een jaar later gevolgd door Jopie Verhoeve uit
Appelscha. Zus Noordam werd in 1976 tevens de eerste vrouwelijke
beroepstrainer bij de dravers en Jopie Verhoeve volgde in 1977 als
tweede. Zus Noordam was eveneens begonnen als amatrice, in 1968,
om in 1972 over te stappen naar de rangen van de leerlingpikeurs.
Jopie Verhoeve deed hetzelfde traject sneller, in 1971 amatrice
en in 1972 al leerlingpikeur.
Volwaardige plaats
Anno 2009 nemen de vrouwen zowel bij de rensport als de drafsport
een volwaardige plaats in naast hun mannelijke collega's. Er zijn
thans zeker een dozijn vrouwelijke beroepstrainers bij de dravers
actief. In de rensport waren anno 2008 vijf van de 17 beroepstrainers
vrouw, bij de Arabische volbloeds vijf van de 10, dus 50%. Verscheidene
klassieke draverijen hebben zij intussen gewonnen met Maria Poort
als eerste in 1975, toen zij de Jofferprijs met Orange Bowl won.
Meest succesvol daarbij was Mariska Huel, die voor trainer Tjitse
Smeding vier klassiekers won. En Margon Schlangen smaakte het genoegen
in 1994 met George Scotch de Gouden Zweep uit handen van Prins Bernhard
in ontvangst te nemen.
In het monté-genre zijn de rijders momenteel bijna uitsluitend
vrouwen. Deze vorm van drafsport werd na een onderbreking van circa
25 jaar voor het eerst weer ingevoerd op de draf- en renbaan van
Schaesberg op 14 juni 1985. Twee vrouwelijke rijdsters bevonden
zich onder de deelnemers, van wie Ankie Munsers met Ultra Regina
alle mannen de baas was.
En ook op de kortebaan staan ze intussen hun mannetje, dat bleek
afgelopen jaar toen Manon Pools de eerste vrouwelijke Nederlandse
kortebaan-kampioen werd. Maar wie was de eerste vrouw die aan een
kortebaandraverij meedeed? Dal zou een mooie vraag kunnen zijn in
een kennisquiz over de drafsport. Zeer waarschijnlijk is het goede
antwoord de Limburgse eigenaar-rijdster Ine Reuten, die haar paard
Idas op 8 september 1977 op de kortebaandraverij van Purmerend door
de eerste omloop loodste.
Maria Poort na haar eerste overwinning als leerling-pikeur,
met Illya Kuryakin behaald in de Haydn-prijs,
Duindigt 24 juli 1971. (foto Jacques van Bellen).
Boven: Mej. B.A. (Zus) Noordam na een
overwinning met O Leendert in de Actie Scotchprijs
op 12 november 1979 te Hilversum
(foto Jacques van Bellen).
Jellina Op de Hoek won in 1994 het Europees Kampioenschap
voor leerlingen, dat werd verreden op de banen van
Groningen (20 augustus) en Tongeren (21 augustus).
Boven: De eerste winnares van een kortebaandraverij
was Marjan den Dubbelden. Zij won op 29 september
1986 de kortebaandraverij in Roden met de 12-jarige
Perry Anjo. Dat had niet iedereen verwacht getuige de
uitbetalingen van de eerste omloop:
winnend fl. 203,40 en plaats fl. 98,40.
Marjan den Dubbelden, in 1983 begonnen
als leerling-pikeur, was in 1986 pikeur-B.
(foto Jacques van Bellen)
|