Voor de goede orde: We hebben het over de Jan, die vroeger bekend
stond als Jan Wagenaar junior. We noemen hem nu Jan Wagenaar Twee,
want juniors veranderen door de tijd in seniors en dan weet niemand
meer over wie het gaat.
Hieronder een artikel dat Henri van Voorn schreef naar aanleiding
van het officiële afscheid van Jan Wagenaar als pikeur op 24
oktober 2010 in Groningen. Het is gepubliceerd in het vakblad "Draf&Rensport"
nr. 43 van 21 oktober 2010.
Titel:
Hij moest en zou winnen
Jan Wagenaar neemt zondag a.s. in het stadspark van Groningen officieel
afscheid als pikeur. Zijn laatste start ligt al weer enige tijd
achter ons, maar in Groningen vonden drafsportiiefhebbers dat de
legende Jan Wagenaar niet via de achterdeur van het podium mocht
verdwijnen. Zondag staat hij nog eenmaal in de schijnwerpers en
gezien zijn staat van dienst moet u eigenlijk allemaal komen om
hem toe te juichen.
"Het is hier mooi hè?" zegt de 73-jarige Jan Wagenaar als we na
het gesprek de stallen zijn doorgelopen en aan de achterzijde uitkijken
over zijn domein. Dat domein bestaat uit een 1600m. lange zandbaan,
een sintelbaan, heel veel kampjes en prachtige bebossing rondom.
De zon schijnt volop en dan is het genieten in Otterlo. Jan Wagenaar
heeft maar een probleem en dat is dat de tijd voorbij vliegt. Als
ik zeg dat het vijftien geleden is dat ik bij hem was voor een interview,
dan gelooft hij me niet. Het meegebrachte Kerstnummer van 1995 overtuigt
hem met moeite.
De successen
Praten met Jan Wagenaar blijft een genoegen. De man die tijdens
de hoogtijdagen van zijn imposante carrière de naam had ingetogen
en zwijgzaam te zijn is nu een onderhoudend gastheer. Mijn herinneringen
aan hem gaat terug tot 1964. Als tienjarige fietste ik steevast
op koersdagen om een uur of tien 's morgens naar het stadspark om
naar het voorwerk van de deelnemende paarden te kijken. De meeste
deelnemers van buiten Groningen stonden met hun veewagen in het
laantje waar de dravers ook de baan in moesten. Tegenwoordig razen
daar nu auto's over de ringweg. Als Jan Wagenaar in Groningen was,
dan was het druk rond zijn veewagen, want aan boord bevond zich
dan vaak de legendarische Quicksilver S. Velen keken toe hoe jonge
Jan zijn werk deed. Als je daarna naar het later afgebrande renbaanrestaurant
ging, dan hoorde je van afstand zijn vader, Jan Wagenaar senior,
al toeteren. Zo kalm als Jan junior zijn werk deed, zo verbaal aanwezig
was senior. Als hij zelf niet reed, dan pendelde senior de hele
middag heen en weer tussen een tafeltje in het restaurant en de
trap naar buiten. Op die trap volgde hij de koersen en hoorden wij
hem roepen "me soon gaat winne". En winnen deed Jan Wagenaar vaak.
Helaas is het exacte aantal zeges niet meer te achterhalen, maar
hij en echtgenote Annie weten vrijwel zeker dat het tussen de 3.480
en 3.490 moet liggen. Geen pikeur in Nederland die tot dusver in
zijn buurt is gekomen. Hij werd dan ook via een landelijke verkiezing
op het internet tot pikeur van de eeuw uitgeroepen. In zijn carrière
werd hij elf keer rijderskampioen van Nederland, een keer Europees
kampioen en negen keer winnaar van het trainersklassement. Hij won
met Quicksilver S de Grote Prijs der Lage Landen en met Henri Buitenzorg
de Prijs der Giganten, het Europees Kampioenschap der Vijfjarigen
in Denemarken en het Greyhound Rennen in Duitsland. Hij won vijfmaal
de Derby, zes keer de Sweepstakes, zes keer het H. van Wickevoort
Crommelin Memoriaal, vijf keer het Kampioenschap van Nederland,
acht keer het Kampioenschap der Nederlandse Paarden, vijf keer de
Grote Prijs van Nederland, vier keer de Gouden Zweep, vier keer
de Jonkerprijs en eenmaal de Jofferprijs. Tenslotte won hij tweemaal
de Productendraverij. Verder heeft hij alle andere grote koersen
die in de jaren 1960 tot 1990 werden verreden een of meer keren
gewonnen. Hij meldt maar even dat hij Merevelds Mijlrecord maar
liefst acht keer won.
Uit zijn meest succesvolle periode herinnert hij zich vooral de
enorme strijd tegen zijn concurrenten. "Tegenwoordig heb je Langeweg
en dan komt er een hele tijd niets. Dat was in mijn tijd anders.
Mijn vader en ik moesten het heel vaak opnemen tegen paarden van
Willem Geersen en zijn eerste pikeur Martin Vergay en tegen de paarden
van Jan van Dooyeweerd. Neem alleen maar de vele duels die Jour
de Java met Vergay en Quicksilver S met mij op de sulky uitvochten.
Het publiek stond dan op de banken, want je wist nooit wie zou gaan
winnen. Later vocht ik met Henri Buitenzorg vele duels uit tegen
Eland en Jojo Buitenzorg van Jan van Dooyeweerd. Bij het noemen
van zijn successen vallen er vele namen uit een ver verleden. Namen
die velen niets zullen zeggen. Hij vindt het een goed voorstel als
ik in dit verhaal zijn grootste cracks Quicksilver S en Henri Buitenzorg
voor het voetlicht haal.
Quicksilver S kwam pas op 9-jarige leeftijd bij de Wagenaars op
stal en bracht het uiteindelijk tot een winsom in guldens van 318.839.
De hengst won maar liefst 142 koersen en was daarmee wereldrecordhouder.
Hij nam op 17-jarige leeftijd afscheid op Mereveld met een zege
in de Revanche der Grote Prijzen. Van het ontroerende afscheid plaatsten
vele dagbladen een foto op de voorpagina.
Henri Buitenzorg was zijn andere grote crack. Hij was vroegrijp
en won de Derby. Het was een Derby met een enorme emotionele ontlading.
In de aanloop naar die Derby kregen Jan en Annie een ernstig verkeersongeluk,
waardoor Jan de Derby leek te missen. De arts gaf Jan uiteindelijk
toestemming voor één ritje met Henri op Derby dag. Tot ontsteltenis
van alles en iedereen maakte Henri Buitenzorg aan de start een fout
en verloor een meter of 80. Jan Wagenaar ging in de achtervolging
en Duindigt "ontplofte" toen Henri op het laatste toch nog Hoot
Song achterhaalde. "Henri was net een hondje, alleen een beetje
eigenzinnig. Helaas is hij tijdens zijn loopbaan nooit optimaal
geweest tijdens de dag van de Grote Prijs der Lage Landen. Daardoor
kon hij in die koers nooit schitteren. Jammer voor een paard dat
verder eigenlijk alles gewonnen heeft" sprak Wagenaar vijftien jaar
geleden over zijn lievelingsdraver.
Groningen is speciaal
Dat Jan Wagenaar zondag officieel afscheid mag nemen in Groningen
doet hem goed. Miep Nijdam-Hamming nam daartoe het initiatief, zij
kent als dochter van trainer/pikeur Roelof Hamming de verdiensten
van Jan Wagenaar uit de tijd dat haar vader met Willemarie GS, Ammetiena
van IJmuiden en Coryphee RH vaak tegen Wagenaar moest aantreden.
Jan Wagenaar blijkt een bijzondere band met Groningen te hebben.
"Ja, ik vond het er altijd gezellig en ik won er in 1953 mijn eerste
koers met Quita Scott. In oktober 2007 zegevierde ik er voor het
laatst met Very Niec Lobell. Mijn dochter Yvonne won er met Panam
haar eerste koers en zelf won ik met Remi Star de kortebaandraverij
in de binnenstad ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de
vereniging in 1986. Remi Star had er toen net 5m bij gekregen, maar
vanwege het bijzondere evenement wilden we het nog een keer proberen.
Mooi dat hij juist die keer nog won. Wij hebben altijd goede eigenaren
uit Groningen gehad. Mijnheer Smit, die heel veel en heel lang paarden
bij ons had staan. Na een zege van zijn Ouicksilver S kreeg ik een
brief met felicitaties en de mededeling dat ik als cadeau een sulky
mocht uitzoeken. Na het overlijden van mijnheer Smit ben ik nog
eens naar Zuidhorn, waar Smit zijn stoeterij had, geweest voor de
opening van de Quicksilver S sporthal.
Verder had je Piet Meinardi met Henri Buitenzorg, Tijks met Bruno,
Harm Roggen met Michael Nimble en Geert van der Meulen met Ynyala.
Vroeger hadden we ook paarden van caféhouder Lindeman. Vader en
ik gingen dan om vier uur 's ochtends uit Amstelveen naar Groningen.
Dan brachten we de paarden naar het stadspark en gingen zelf koffiedrinken
en iets eten bij Lindeman aan de Hereweg. Daarna naar de baan om
paarden voor te werken. Dat moest op tijd, want daarna ging de baan
dicht om klaargemaakt te worden voor de koersen. Aan het Academisch
Ziekenhuis in Groningen (het huidige UMCG hvv) heb ik te danken
dat ik nog goed kan lopen. Ik kwam in 1983 niet Udet Star in Hilversum
ten val en brak mijn been op vier plaatsen. In het ziekenhuis van
Hilversum hebben ze me toen verkeerd behandeld. Ik bleef maar pijn
houden en kon niet zonder stok lopen. Mevrouw Lekay, van Panam,
regelde daarna dat ik naar Groningen kon. Ik werd snel geopereerd
en lag er een week of zes in het ziekenhuis. Gelukkig lag Dirk Lukje
er ook zodat we mooi over paarden konden praten. Ik ben die dokter,
met die hele grote handen, eeuwig dankbaar. Dertien maanden na die
val kon ik weer koersen".
De opvolgers
Jan Wagenaar was niet alleen succesvol op de langebaan, maar mocht
ook graag kortebanen. Zijn laatste zege in dat metier boekte hij
met Resi Bes uit de training van Hans Bot in 2006 in De Lier. Daarna
probeerde hij nog dat succes te herhalen, maar het bleef bij plaatsgelden
met paarden als Nathan Streamline, Freddy Mercury en Watch this
Diamond. Hij geeft toe dat hij dat kortebanen mooi vindt. "Ja ik
mocht het graag doen, al moet je er wel een geschikte draver voor
hebben. Ik kijk nog altijd graag bij de start. Starten is zo belangrijk
weet je. Ik erger me soms dood als ik via de schotel naar bandenstartkoersen
in ons land kijk. 'Leren ze het dan nooit' roep ik regelmatig. Bij
de kortebaan ontmoet ik veel bekenden en dat doet me goed".
Mooie herinneringen bewaart hij ook aan de dag dat hij vijftig jaar
pikeur was. Veel van de leerlingen die ooit bij hem werkten bezorgden
hem een feestelijke dag. Koen Veen en Bas Bos waren de organisatoren.
Als ik hem vraag wie in de loop van de jaren iets van hem hebben
geprobeerd op te steken, dan noemt hij Gerrit Gommans, Piet Zandt,
Jan de Boer, Jan Klok, Martin Lukje, Leo Kokkes, Joop Bolt en Wim
Hamming. Hij geeft ogenblikkelijk aan, dat hij vast nog veel namen
vergeet.
Ik breng het gesprek op zijn laatste koers eind 2009 als pikeur.
Hij besloot te stoppen omdat zijn eigen paarden minder werden. Dat
was moeilijk te verteren voor de man, die zijn hele leven toch een
beetje 'win ziek' was. Hij moest en zou voorop eindigen. Bijkomstigheid
was, dat zoon Jan junior uit Zweden terugkeerde naar Otterlo op
het moment dat Hans Bot van daaruit naar Friesland vertrok. Met
de komst van junior ging een diepgekoesterde wens van zijn ouders
in vervulling. Vijftien jaar geleden hoopte hij al op een opvolger
voor het unieke bedrijf. Vol trots vertelt pa hoe junior ooit in
Schaesberg zijn eerste koers won door met Olaf Fez senior met Robin
Buitenzorg te kloppen. Diezelfde Robin bracht junior later winst
in het Kampioenschap Nederlandse paarden. Senior vertelt alsof het
gisteren gebeurd is. "Ik reed die dag zelf Ossian, maar die kreeg
ik weer eens niet foutloos van start. Omdat Yvonne op vakantie was,
reed Jan junior Robin. Ik had hem gezegd zo lang mogelijk te wachten
en dan op speed proberen de koers te beslissen. Ik vergeet nooit
dat ik in de achterhoede richting finish reed en dat ik opeens zijn
arm omhoog zag gaan bij de finish. Ik schreeuwde het uit van geluk
en de rijders om me heen keken alsof ik gek geworden was. Successen
van je kinderen zijn prachtig. Wat dat betreft ben ik blij dat Yvonne
weer is gaan rijden. Zij heeft het echt in de vingers en kan met
elk paard omgaan".
Junior beleert tegenwoordig jaarlingen, die vervolgens bij andere
trainers worden ondergebracht. Hij begon met jaarlingen van de combinatie
Vibelzee/JDS Racing en toen dat succesvol bleek, kwamen ook anderen.
Momenteel staan er veertig paarden en moet er zelfs meteen wachtlijst
gewerkt worden. Jan en zijn vriendin werken iedere dag vol overgave
met super gefokt materiaal. Zij worden bijgestaan door Michael Schmid
en Yvonne Wagenaar. Wagenaar, die zelf met de nodige ongelukken
te maken heeft gehad, vertelt vol afschuw dat zijn dochter haar
man bij een auto ongeluk verloor. Yvonne verkocht daarna de boerderij
en trok in Otterlo in de woning waar ooit de ouders van Jan Wagenaar
woonden.
De toekomst
Als je Jan Wagenaar vraagt wat hij van de toekomst verwacht, dan
blijkt hoe gelukkig en tevreden hij is. "Annie en ik hoeven niet
zoveel meer. We kunnen ons prima redden, vooral omdat we vroeger
zuinig zijn geweest. Dat heb ik van mijn vader geleerd. Daardoor
kon ik al een stapje terugdoen in de jaren tachtig. Zelf hebben
we nog twee eigen paarden, die Annie en ik samen doen. Woyie River
is na een blessure op de weg terug en verder hebben we de tweejarige
Byou van Royal staan. We hopen zo lang mogelijk in goede gezondheid
hier te kunnen blijven. Tot dusver mogen we niet klagen. Annie is
een jaar ouder dan ik, maar voert iedere morgen om half zes. Verder
mest ze nog boxen. Ze is mijn hele leven een steun en toeverlaat
geweest en ik vind het super dat ze nog zoveel doet. We genieten
van iedere dag met de kinderen en kleinkinderen om ons heen. Alleen
de tijd gaat zo snel. Junior is alweer 48 en Yvonne al 50. Jan heeft
een zoon en Yvonne drie dochters. Het zijn niet op en top drafsportliefhebbers,
maar ze helpen wel mee en gaan mee naar de baan als er paarden lopen.
Soms hoop je dat een van je kleinkinderen ook gaat koersen, maar
aan de andere kant is het maar beter van niet". Die laatste uitspraak
vraagt om meer toelichting. Vijftien jaar geleden was Jan Wagenaar
al niet optimistisch en dat is er niet beter op geworden. "Het doet
pijn om te zien hoe het momenteel gaat. Ik heb nog meegemaakt dat
ze in Nootdorp de bookmakers van de baan hebben gezet. Het moest
allemaal een beetje netter. Nou dat zal dan wel, maar van Duindigt
is toch niets meer over. We zijn de laatste tijd een paar keer naar
Wolvega geweest en dat ziet er fantastisch uit. Nu maar hopen dat
de omzet daar ook wat omhoog gaat. Ik heb mijn hoop gevestigd op
de samenwerking met Frankrijk, maar dan moeten ze wel wat betere
paarden sturen dan wat ik de laatste keer zag. Dat was een lachertje.
Als het niet snel beter gaat dan kun je 's winters de banen wel
dicht gooien. Op deze manier verdient niemand iets". Je ziet dat
het hem aan het hart gaat dat het zo met 'zijn' sport gaat. Hij
staart naar de grote advertentie voor de Van der Ark dag in Groningen.
Daar staat een foto van hem en Quicksilver S bij met op de achtergrond
een uitpuilende tribune. Hij lijkt zich af te vragen of dat ooit
nog terugkomt. Als ik hem tot slot vraag welke veranderingen in
de wereld van de drafsport hem het meest verbaasd hebben, dan hoeft
hij niet lang na te denken. "De paarden zijn tegenwoordig veel beter
gefokt. De meeste lopen zonder gewicht, terwijl wij vroeger de hele
tuigenkist eraan hingen. Op het gebied van voeding, banen en begeleiding
is ook veel vooruitgang geboekt. Wat gebleven is, dat het karakter
van een draver nog altijd heel belangrijk is voor succes. Ze moeten
mij dan ook niet wijsmaken dat een paard vanuit het doden-spoor
niet kan winnen. Onzin, dan zijn ze niet goed genoeg". Die laatste
woorden spreekt hij strijdbaar uit. Dat was nou net de eigenschap,
die de grondslag vormde voor zijn grote successen. Hij moest en
zou winnen!
(einde artikel van Henri van Voorn)
We tonen hieronder een aantal illustratieve foto's uit het leven
van Jan Wagenaar II.
Boven: Q Deter van Zora met zijn moeder Zora, die wordt
vastgehouden door eigenaar Jan Wagenaar sr.
De nog jonge Junior staat tegen de fokmerrie aan.
Veulenkeuring op Duindigt.
Een paar jaar later. Zora met een ander veulen en
de hele familie Wagenaar. Junior heeft een overall aan
en werkt blijkbaar al mee op stal. Links staat zus Nellie.
Boven: Jan en Annie kijken in het fotoboek naar
de zegepralen van Jan Wagenaar sr.
Jan Wagenaar jr. (hier nog zonder helm) rijdt
blij een ereronde met Quicksilver S op Duindigt.
Schitterende foto van de eerste overwinning
in de Gouden Zweep 1962 in een serie van vier!
Quicksilver S klopt Theo Messidor
en Jan Wagenaar jr. is blij!
Jan Wagenaar gehuldigd na een kampioenschap met
Quicksilver S. Annie heeft de jonge Yvonne op de arm.
Links krijgt eigenaar Jo Smit felicitaties.
Grote Prijs der Lage Landen 1962:
Op de finish houdt de 15-jarige Quicksilver S een
hoofdlengte voorsprong op Othka en junior weet dat hij
heeft gewonnen.
Quicksilver S met de Wagenaars.
Na een ernstig auto-ongeluk was het niet zeker of Jan Henri Buitenzorg
kon rijden in de Derby. De eigenaar had gezegd, dat als Jan niet
kon rijden, het paard niet zou starten. Op eigen risico verliet
Jan het ziekenhuis en kwam aan de start. Tijdens de koers leek
het toch nog mis te gaan door een lange fout van Henri in de eerste
bocht. Na een lange inhaalrace wist Henri alsnog te winnen.
De tienduizend bezoekers konden hun ogen niet geloven.
Jan toont Henri Buitenzorg thuis in Otterlo.
Boven: Soeverein blijft Manza Buitenzorg voorop en wordt
Kampioen der Nederlandse Paarden 1978. Al voor de finish
steekt Jan Wagenaar blij zijn zweep in de lucht.
Boven: Jan wint opnieuw een Derby,
hier met de machtige Tony Vitesse in 1980.
Onderstaand een artikel uit het paardensport maandblad
BIT, nr. 189 van november 2011.
Tekst: Bram Hulzebos
Titel: Buitengewoon leven
Jan Wagenaar en zijn buitengewone dravers
Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Dat is het motto van de 74-jarige
trainer en pikeur Jan Wagenaar. Nietemin mag hij terugkijken op
een buitengewone loopbaan, met buitengewone paarden en buitengewone
hoogtepunten.
Het regent pijpenstelen. Eén tel buitenen je bent nat tot op je
ondergoed. Jan kijkt door een kier langs de staldeur naar buiten.
Quicksilver S staat nog buiten. Het paard moet naar binnen. De nog
jonge Jan vouwt een lege voederzak van jute over zijn hoofd en trekt
een sprint naar het kampje waar de legendarische draver staat. Altijd
als Quicksilver uit het kampje wordt gehaald, blijft hij even staan
om een hap gras te nemen, iedere dag. Dit keer heeft Jan haast,
hij wil Quicksilver snel op stal hebben, maar Quicksilver staat
stokstijf stil. Als Jan door wil lopen, voelt hij een hap in zijn
kraag. „Als ik die jute zak niet over mijn hoofd had gehad, dan
was het heel anders afgelopen", zegt Jan Wagenaar. „Hij moest en
zou een hap gras."
Wagenaar begon zijn loopbaan bij zijn vader, die eveneens een bekende
trainer en pikeur was. Wagenaar junior won zijn eerste koers in
1950 op de baan in het Groningse Stadspark. Na deTweede Wereldoorlog
werd het wedden op paarden weer toegestaan en de sport bloeide als
nooit tevoren. Duizenden mensen trokken wekelijks naar de koersen
op banen in Drachten, Hoogezand, Groningen, Hilversum, Schaarsberg,
Duindigt, Utrecht en Alkmaar. De naam Wagenaar was toen al een begrip.
De Wagenaars hebben veel buitengewone dravers in hun stal in Amsterdam
en later in Otterlo gehad; de in 1949 geboren Quicksilver S spant
de kroon. Aanvankelijk leek Quicksilver S niet bepaald in de wieg
gelegd voor een glanzende koerscarrière. Hij maakte fouten, blesseerde
een spier, werd als dekhengst afgekeurd door de hengstencommissie
en was nogal pittig in de omgang. „Mijn vader had hem al wel zien
lopen, toen hij nog lang niet bij ons stond. Hij zag al dat hij
niet wilde trainen. Hij zei: "Als dat paard bij mij op stal
komt, dan doe ik hem andere ijzers onderen zet ik hem in het land.
"Mijn vader was een ongelofelijk goede paardenman." Zijn eigenaren
kregen zo langzamerhand de buik vol van Quicksilver. De resultaten
hielden niet over en hij vertoonde lastig gedrag. Zijn fokker, J.
Smit uit Groningen, kocht de hengst in 1957 terug en bracht hem
onder bij vader en zoon Wagenaar in Otterlo. Vader Wagenaar deed
precies wat hij eerder al had aangekondigd. Hij zette andere ijzers
onder de hoeven van Quicksilver S en maakte een lange, rechthoekig
wei pal naast de lange zijde van de trainingsbaan. Quicksilver liep
vrolijk mee met de andere paarden die daar voor de sulky werden
getraind. Zo hield de karaktervolle draver zijn conditie op peil,
zonder dat hij het gevoel had aan het werk gezet te worden. De trainingsarbeid
die voor andere dravers dagelijkse kost was, werd Quicksilver niet
opgelegd. Na verloop van tijd kreeg Quicksilver S plezier in het
koersen. Eindelijk begreep hij de mensen. „Nee", reageert Wagenaar
verontwaardigd, „eindelijk begrepen de mensen hém. Hij kon al heel
jong heel hard. Je moet een paard niet beledigen." Quicksilver S
beloonde zijn nieuwe trainers en rijders voor hun geduld en inzicht.
Hij won vier keer de Gouden Zweep, op vijftienjarige leeftijd veroverde
hij de Grote Prijs der Lage Landen, drie keer behaalde hij het Kampioenschap
van Nederland en de Grote Prijs van Nederland. Een sensatie. Vaak
begon het publiek al te juichen als het paard voor de eerste keer
langs de tribune stoof. Tegen de tijd dat het paard een ronde later
over de finish kwam, was het gejuich zo luid als in een voetbalstadion
bij een doelpunt van de thuisclub. De eerste helft van de jaren
'60 overheerste Quicksilver S de Nederlandse drafsport. Hij won
142 koersen: tot op de dag van vandaag het wereldrecord, althans
voor warmbloedige dravers. De Telegraaf publiceerde de dag na het
afscheid van de draver een artikel onder de kop "Gouden jaren
nu voorbij". Dat mocht voor Quicksilver S gelden, voor Stal
Wagenaar gold dat bepaald niet. Niet lang daarna kwam een ander,
opnieuw zeer bijzonder paard op stal bij de Wagenaars: Henri Buitenzorg,
een anderhalfjarige van Piet Meinardi. „Een wereldeigenaar. Ook
een Groninger trouwens. Nooit commentaar, hij begreep wat er tijdens
een koers allemaal kon gebeuren." Hoe geweldig deze eigenaar was,
bleek toen Jan Wagenaar, zijn vrouw en zoon betrokken raakten bij
een auto-ongeluk, ruim twee weken voordat Henri Buitenzorg in de
Derby moest open. „Meinardi kwam in het ziekenhuis bij me op bezoek
en zei tegen me: 'Als jij niet rijdt, dan loopt Henri niet in de
Derby'. Dat greep me verschrikkelijk aan. En ik voelde me goed,
dus ik heb die chirurg uitgelegd wat de Derby betekent." De chirurg
wilde Wagenaar geen toestemming geven om de Derby te rijden. Van
het argument dat de Derby het hoogst haalbare is voor een draver,
zijn eigenaar, rijder en trainer, was de arts niet onder de indruk.
Deze hooggedoteerde koers voor driejarige dravers is het hoogtepunt
van het seizoen. Een paard kan er maar één keer aan meedoen. „Ik
zei: 'Henri kan niet verliezen. Tenzij er een wiel uitloopt'." Na
lang soebatten ging de chirurg overstag en Wagenaar mocht rijden.
„Op eigen risico. Nou ja, ik voelde me goed, dus we gingen. Ik liet
Henri rustig van start gaan. Ineens sprong hij weg. En hij was niet
te corrigeren. De rest ging de eerste bocht uit en ik moest die
bocht nog ingaan. Dat was het dan, dacht ik. Ik laat hem deze ronde
lopen en dan ga ik de baan af." Het liep anders. „Henri had ineens
zijn draf te pakken. Ik dacht: dit gaat goed, zo eenvoudig... Langzaam
liep hij op het veld in. Ik heb hem heel rustig laten gaan. Nu te
veel geven zou dom zijn. In de laatste bocht hadden we aansluiting.
Drie dik ging ik om de rest heen, ik passeerde de een na de ander
en Henri won de Derby."
„Henri was net een hond. Zo mak, zo braaf. Nooit een touw nodig
als ik hem uit het land haalde. Hij had een eigenaardigheid. Majorettes,
daar hield hij niet van. We waren een keer in Duindigt, tijdens
de Dag van het Paard. Nou ja, dan heb je muziek, fanfare en van
die meisjes, majorettes. En ik wist dat hij daar bang voor was.
Meestal draaide ik om als ik ze aan zag komen. Die dag had ik daar
geen zin in, dus ik gaf hem een tikje op z'n kont met de leidsels
en hij draaide zich naar me om. En hij gromde. Zoals een hond gromt
als je hem z'n bot af wilt pakken. Echt! En hij vertikte het: hij
wilde er niet langs. Ik gaf hem nog een tikje en opnieuw gromde
hij. Toen ben ik maar omgedraaid." Eigenlijk waren de successen
met Quicksilver S en Henri Buitenzorg pas het begin. In de jaren
die volgden, bloeide de sport, boekte Wagenaar honderden overwinningenen
groeide hij uit tot een levende legende.
Afgelopen najaar, een mensenleven later, nam Jan Wagenaar afscheid
van de drafsport. Aan de huidige stand van zaken in de sport kan
Wagenaar niet wennen. "In Duitsland waarschuwen ze meteen als
je van je lijn afwijkt. In Nederland is dat anders. Vroeger was
er ook wel eens wat, maar dan had je een keer ruzie en de volgende
dag was het over. Tegenwoordig rijden ze je het ziekenhuis in voor
een prijsje van een paar honderd euro."
Die 'prijsjes van een paar honderd euro', waarvoor tegenwoordig
gekoerst wordt, houden rechtstreeks verband met de wedinkomsten
die de afgelopen jaren (met de afnemende publieke belangstelling)
drastisch terugliepen. De opening van het vernieuwde drafsportcentrum
in Wolvega heeft Wagenaar met belangstelling gevolgd. „De wedomzetten
hielden nóg niet over", concludeert hij. Toch is hij niet pessimistisch.
Het familiebedrijf dat hij van zijn vader overnam, heeft hij inmiddels
overgedaan aan zijn zoon, ook een Jan, en zijn dochter Yvonne. Het
beleren van jonge paarden is het vak van de jongste Wagenaars. Gestoken
in zijn felrode overall helpt Jan Wagenaar nog steeds mee in het
bedrijf. Het zit er nu eenmaal in, hij doet het werk al sinds zijn
vijftiende. Op de sulky hoeft hij niet meer. Dat doen zijn kinderen.
De grote eigenaren brengen hun vaak kapitaal gefokte jaarlingen
graag naar Otterlo. De naam Wagenaar blijft een begrip in de drafsport.
(einde artikel Bram Hulzebos)
Boven: foto van Jan Wagenaar II uit het blad BIT.
(foto Lonneke Ruesink)
Boven: foto van Jan Wagenaar II uit het blad BIT.
(foto Lonneke Ruesink)
|