NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum >

Geschiedenis

Internationale Hall of Fame
De Koninginnen van de Drafsport

Hall_of_Fame
Vorige

Roquépine

bruine merrie, geboren in 1961 in Frankrijk
afstamming twijfelachtig, zie onderaan
fokker-eigenaar-trainer-rijder Henri Levesque
drievoudig winnares van de Prix d'Amérique
***

Volgende

Boven: De webmaster heeft een grote maandkalender uit 1988
gevonden met portretten van beroemde harddravers, geschilderd
door de Duitser Willi Resch. Deze van Roquépine stond bij mei 1988.

Roquépine, de beste merrie ooit,
de Keizerin van de Drafwereld

Artikel gepubliceerd in de Breeders Special van 2025
door Hans Huiberts

Het vergelijken dravers in verschillende tijdperken is moeilijk, maar Roquépine is waarschijnlijk wel de beste dravermerrie ooit geweest. Van haar 5e t/m 7e jaar was ze iedereen in de hele wereld de baas en dat deed ze onder de hoede van haar eigenaar-trainer Henri Levesque. Tot onze grote verbazing wordt nu getwijfeld aan haar afstamming en dat is mede de reden om haar eens voor het voetlicht te halen.


Sa Boubonnaise
Het verhaal over Roquépine moet beginnen met haar grootmoeder Sa Boubonnaise. Dit was een kleine merrie (1,55 m), geboren in 1940, in het midden van Frankrijk, met een op papier (!) niet zo’n hele bijzondere afstamming. (Was ze zo klein door een geheime Amerikaanse inbreng??) Ze was vroegrijp, won 5 koersen als 3-jarige, waarvan 4 in de provincie (o.a. GP Vichy) en de vijfde op Vincennes, en was winnares van het Criterium der 4 en 5 Ans, Prix du Président (monté), Centaures (monté), 2x Prix de Sélection, etc. In 1947 werd ze 3e in de Prix d’Amérique op Enghien. Ook in de fokkerij behoorde zij tot de top. Ze werd moeder van 13 producten, waarvan er 12 zijn gestart en 5 tot de beste van hun jaargang behoorden, te weten Glamour II (semi-klassiek), Hermes D (de teruggestelde winnaar van het Criterium des 3 Ans), de topper Infante II, Jalna IV (winnares van de Prix Capucine, Gr.1) en Le Postillon, ook klassiek. Infante II was hiervan de beste. Zij wist zich 3 jaar op rij te plaatsen in de Prix d’Amérique en was met 1.14,9 de snelste merrie van Europa.

Boven: De kleine Sa Bourbonnaise na een overwinning op Vincennes.
Is zij wel Frans gefokt? (zie onderaan deze pagina)

Intermezzo: Henri Levesque
In dezelfde Breeders Special staat een artikel over de Franse "hereboer" Henri Levesque. Samen met zijn leermeester Charlie Mills en navolger Jean-Pierre Dubois heeft hij de fokkerij van de Franse dravers een grote verbetering gebracht door gebruik van Amerikaans bloed. Levesque was fokker-eigenaar-trainer en behoorde tot de top in de jaren 60-70 van de vorige eeuw. Hij toverde de ene na de andere crack tevoorschijn en won ook internationaal veel Grote Prijzen, waaronder onze GP der Lage Landen (1968 Icare IV) en de Giganten (1979 Hadol du Vivier).

Jalna IV
Henri Levesque wilde graag met een dochter van Sa Boubonnaise gaan fokken. De crack Infante II was niet te koop, maar later kocht hij wel haar zoon Sabi Pas, waarmee hij 2e werd in de GP der Lage Landen van 1967. Op een goed moment krijgt hij er twee tegelijk aangeboden en koop ze allebei: de volle zussen Glamour II en Jalna IV, beide van Kairos. Ze waren aan de dure kant (20 miljoen oude Francs, nu ca. € 200.000) en daarom biedt hij er één te koop aan, aan een Italiaanse kennis, die dezelfde droomwens had. De Italiaan mag kiezen en neemt de mooie Glamour II. Hieruit fokt hij o.a. de hengst Lamour, die naar ons land werd gehaald door tandarts Kingma en ter dekking kwam bij Hans Tambach in Egmond-Binnen.
Levesque fokt uit Jalna IV 9 producten van 8 verschillende vaderpaarden, waarvan er 8 in de baan komen, met als beste Floresta, Ussania en Roquépine. Ook de nafok is heel goed. Dochter Eralda is de 5e voormoeder van de crack Perlando. Ussania is de 3e voormoeder van de crack Itou Jim. Maar verreweg de beste van allemaal was Roquépine.

Roquépine
In 1961, het jaar waarin Henri Levesque zijn fokproduct Masina de double Cornulier-Amérique zag winnen, werd Roquépine geboren op de stoeterij in Beuzeville-la-Bastille in Normandië. In Parijs vind je in het 8e arrondissement een Rue Roquépine, maar die is niet naar de merrie genoemd. Het ging andersom. Mevrouw Levesque was op weg naar het hoofdkantoor van de Franse Drafsportorganisatie SECF, liep toen door de Rue Roquépine en wist meteen een mooie naam, beginnend met een R, voor haar pasgeboren veulen. De straat is vernoemd naar een generaal uit de tijd van koning Lodewijk XV.

Parijse straatnaam

Boven: Hier is de merrie naar vernoemd.

Moeilijk karakter
In Beuzeville had men in die jaren geen haast met jonge paarden. Als driejarige koerst Roquépine weinig, maar toont naast kwaliteiten ook haar lastige karakter. Na een tweede plaats in de klassieke monté-koers Prix de Vincennes zegt haar rijder François Brohier: "Volgens mij zal ze geen carrière onder het zadel krijgen. Ze verdraagt geen ruiter op haar rug." Maar wat verdraagt ze wel? Op haar entrainement is ze niet altijd even vriendelijk en vaak wispelturig. De vakman Levesque koppelt daarom zijn klassemerrie aan de beste pikeur van Frankrijk: Jean-René Gougeon. Met hem op de sulky geeft de lastige tante het beste van zichzelf. Als vierjarige is het Critérium haar belangrijkste wapenfeit.

Boven: Roquépine en haar vaste pikeur Jean-René Gougeon.
Alhoewel eigenaar Henri Levesque haar soms ook zelf reed.

Boven: Roquépine met haar eigenaar Henri Levesque.

Driemaal Prix d’Amérique
Als prille vijfjarige had Roquépine in de Prix d'Amérique van 1966 het slechte startnummer 18, tweede gelid aan de buitenkant achter de start-auto. Na een geslaagde start nam ze al snel de leiding over van Apex Hanover, een naar Rusland geëxporteerde Amerikaan, en op het laatst hield ze gemakkelijk stand tegen de Amerikaanse Elma, gereden door Hans Frömming. Haar stalgenoten Quovaria en Oscar RL eindigden achterin.
In 1967 wilde haar eigenaar zelf graag éénmaal in zijn leven de Prix d'Amérique winnen en hij reed zijn merrie naar een gemakkelijke overwinning vóór Oscar RL, die ook in zijn bezit was en gereden werd door Jean-René Gougeon. In 1968 mocht Jean-René Gougeon de merrie naar haar derde overwinning in deze koers rijden en hij zei: "Ik heb er weinig aan hoeven doen, ze was veel beter dan de rest."
In 1969 was het de grote vraag of Roquépine haar vierde Prix d'Amérique zou winnen. Haar illustere voorgangster Uranie (eveneens 3x) was het niet gelukt en ook de hengsten hadden dit tot dan toe nooit gepresteerd. Heel Europa keek gespannen toe via de televisiebeelden (ook in NL!) en iedereen hoopte dat zij het zou halen. Maar ze kreeg een zware koers en moest zevendik door de bocht. Bovendien was ze al wat over haar top en werd uiteindelijk slechts zevende. Winnaar werd haar stalgenoot Upsalin…..
Dat ze het toen over was bleek ook 4 maanden later, toen ze laatste werd in de Finale van de Elitloppet 1969. Het einde van een sublieme carrière. Drie jaar lang hadden al haar tegenstanders de pech om haar tegen te komen.

Boven: Roquépine wint haar eerste de Prix d'Amérique in 1966
met op de sulky Jean-René Gougeon. Tweede wordt
de Amerikaanse Elma met Hans Frömming.

Tweemaal WK
Op 5-jarige leeftijd behaalde ze de unieke prestatie (en vandaag de dag volkomen onvoorstelbaar) om binnen 48 uur de Prix d'Europe èn de Prix Jockey te winnen. In de International Trot in New York (WK genoemd) werd in 1966 nog net geklopt door Ambro Flight, maar eigenlijk door het koersverloop over de kleine 800 meterbaan, 10 meter verder had ze gewonnen. De twee volgende afleveringen won ze met gemak. Ook won ze twee keer de Elitloppet van Solvalla, tweemaal het Grand Critérium de Vitesse in Cagnes, tweemaal de Prix de l'Atlantique in Enghien, een aantal Groep-1 koersen in Denemarken en Italië en twee keer het Europese Internationale Grand Circuit klassement. Dit alles goed voor een totaal van 46 overwinningen en 4.713.760 oude franks aan winsom. Ze was een fenomeen en werd de meestwinnende draver allertijden.

Boven: Roquépine wint met Levesque het WK 1967,
voor Fresh Yankee (7) en Governor Armbro (9).

Haar 46 overwinningen
Roquépine was drie jaar achtereen onklopbaar in de hele wereld,
getuige onderstaande lijst met haar 46 overwinningen,
"devant" betekent "vóór". Zij won veel internationale koersen
en klopte de beste hengsten en merries van haar tijd.
Ze won o.a. 3x de Prix d'Amérique en 2x de Elitloppet en
2x het Wereldkampioenschap (International Trot).




Boven: Roquépine na een zege met Henri Levesque en zijn vrouw.
Deze "hereboer" werd in Frankrijk respectvol "Monsieur Henri" genoemd.


Uitspraken
François Brohier was een neef van Levesque en reed dikwijls met een van de stalgenoten in dezelfde koers als de beroemde merrie. Hij vertelde: "Soms, als ik in de kopgroep reed, hoorde ik plotseling aan de buitenkant het sonore geluid van een soort tam-tam. Ik hoefde dan niet eens opzij te kijken en wist gewoon: Daar komt Roquépine aan."
Jean-René Gougeon vertelde over haar: "Een ster, een droompaard. Maar zij was een merrie met een niet altijd even vriendelijk karakter. Ik weet zeker dat zij ons enkele malen een kunstje heeft geflikt door zonder reden in galop te springen. Maar zij was een vechter. Net als met Bellino II moest je met haar het initiatief nemen. Naar de kop en dan doorduwen."

Minder populair
Net als haar voorgangster Ozo wisselde Roquépine fantastische prestaties soms af met teleurstellingen. Vreemd genoeg werd dat door het publiek van Ozo meer geaccepteerd dan van Roquépine. Misschien omdat het bij Ozo beter te verklaren was: lichamelijke ongemakken zoals koliek en een eigenaar, die haar soms niet al te handig reed in de koers. Bij Roquépine leek het door haar karakter te komen. Zij was de beste merrie sinds Uranie, maar er was iets narrigs en iets kouds in haar, iets mechanisch, waardoor ze niet de grote populariteit van bijvoorbeeld Gélinotte, Ozo en Une de Mai heeft gekregen. Ze hield niet van liefkozingen en eigenlijk ook niet van mensen. Maar altijd is er met veel respect over haar gesproken, want Roquépine was toch volgens velen de beste dravermerrie van de twintigste eeuw.

Als moeder
Ze hield niet van mensen, maar was volgens de zoon van Levesque wel heel lief voor haar veulens. Zijn vader Henri droomde ervan om zijn beste merrie van de wereld te laten dekken door de beste dekhengst in de USA en dat liet hij ook gebeuren. Ze verbleef een jaar lang op Hanover Shoe Farms, werd daar gedekt door Star’s Pride, kreeg er haar veulen Florestan en werd daarna gedekt door de jonge, nog onbewezen Star’s Pride-zoon Ayres. Eigenlijk had hij voor Speedy Scott gekozen, maar hij liet zich ompraten. Toen kwam ze drachtig, met veulen Florestan terug naar Frankrijk, waar Granit werd geboren. Daarna kreeg ze nog twee merrieveulens, Hague en Ile Marie. Roquépine stierf in december 1974 als 13-jarige na een abortus van Kerjacques. Op een blauw plaatje hieronder staan haar 4 veulens met hun gegevens.

Boven: Roquepine en haar veulen Florestan op Hanover Shoe Farms.

Boven: De 4 producten van Roquépine.

De producten
Florestan mocht niet in Frankrijk koersen en werd in Italië in training gezet bij Gerhard Krüger. Als 3-jarige mocht hij nergens in leeftijdskoersen starten, maar men vond hem goed genoeg om te debuteren in het internationale Hunyady Rennen in Wenen, echter, die koers was uitgeschreven voor 4- t/m 10-jarigen. Men heeft toen tijdelijk de regels veranderd en de jonge hengst won de koers. Als 4-jarige won hij het Greyhound Rennen en als 5-jarige won hij een serie van onze Giganten. Maar tot hele grote daden is hij niet gekomen. Na zijn carrière verkocht Levesque hem voor een mooi bedrag (omherekend € 115.000) aan de Franse Staatsstoeterijen met jaarlijks ook nog 10 gratis dekkingen. Als vaderpaard behoorde hij tot de top in Frankrijk en hij bracht Podosis, Quito de Talonay, Passionant, Baccarat du Pont, Pythagoras, Aristote, etc. Hij was vooral ook een uitstekende père-de-mères van o.a. de miljonairs Meaulnes du Corta, Nouba du Saptel, Mara/Qualita Bourbon en Arnaqueur. Florestan is nog steeds van groot belang.
Zijn jongere driekwart broer Granit was een beter koerspaard en had een langere carrière. Hij won het Hunyady Rennen in 1976 (als 4-jaige) en 1977, de GP Freccia Europea in Napels en werd 4e in de Prix de France 1980 en 5e in de GP der LL 1981. Hij kwam op het Haras National in St-Lo bij Cherbourg ter dekking te staan en zijn beste producten zijn de ruin Upero en dekhengst Quartz. Als père-de-mère zien we bij hem in het lijstje staan de Mollema-pupil Daso.
Roquépine’s dochter Hague was een uitstekend koerspaard, dat meedraaide in de top van haar jaargang. Zij kreeg 1 zoon en 6 dochters, goede koerspaarden, met als beste Formose (€ 345.000), de moeder van Opium. De tweede dochter van Roquépine, Ile Marie, was van iets mindere klasse, maar toch een behoorlijk koerspaard met een paar goede nakomelingen.

Boven: Florestan en Gerhard Krüger, met bewonderaars.

DNA onbekend?
In een ander artikel in de Breeders Special van 2025 wordt gesproken over “het lijstje van Pauc”, waarin 12 twijfelachtige afstammingen staan als gevolg van het gesloten Franse Stamboek. Pauc noemt als twijfelachtig de officiële vader van Roquépine (Atus II) en ook de vader van Jalna IV (Kairos). Hieronder staan twee stambomen van Roquépine, de officiële in het blauw en de vermoedelijke in het wit. Van Atus II kunnen we ons de verwisseling nog voorstellen, maar waar vind je betere bloedlijnen dan bij de supergefokte Kairos (van The Great McKinney uit Uranie)? We zouden heel graag weten hoe het precies is gegaan. We hebben ook recht om dit te weten omdat er met de nazaten wordt gefokt. Maar Jacques Pauc wil niets loslaten en J-P Dubois ook niet. Ook op internet is niets herover te vinden. Misschien moeten we eens naar het TV-programma DNA Onbekend stappen? Want we geven onze zoektocht nog lang niet op!

De officiële stamboom van Roquépine

Boven: Er zijn twijfels over de afstamming van Roquépine,
zie de stamboom hieronder, volgens Jacques Pauc.

Boven: Na dit alles te hebben gelezen willen we ook wel
vraagtekens zetten achter de afstamming van Sa Boubonnaise!

Wie kan ons helpen? De Familie Levesque?

Boven: In 2007 ging de Fokkersvereniging voor een 5-daagse fokkerij-
excursie naar Normandië. Voorafgaand aan een koersmeeting in
Graignes (vlakbij Cherbourg) gingen ze toen op bezoek bij Pierre Levesque,
de kleinzoon van "Monsieur Henri". Gevraagd werd naar de vroegere box van
Roquépine en hier staan Geert Belga (links, fokker van de Robel-paarden)
en Hans Huiberts (de auteur van dit artikel) bij haar box, op hun beider
verjaardag, 23 oktober. Een pelgrimage op de voetstappen van de
"Keizerin van de Dafwereld".
Hadden we toen maar geweten wat we nu weten over haar
duistere afstamming, dan hadden we het kunnen vragen....



Bronnen:
- boek «50 Ans de courses» door Jacques Pauc
- Wikipedia en de website van LeTrot
- Int. Computer Stamboek Ter Schure (blauw)



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Museum:

Museumstukken

Prentenboek

<Hall of Fame