NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum >

Geschiedenis

Internationale Hall of Fame
De Koninginnen van de Drafsport

Hall_of_Fame
Vorige

Une de Mai

vosmerrie, geboren in 1964 in Frankrijk
v. Kerjacques 1.19 u. Luciole III v. Euripide 1.20
***

Volgende

Boven: De Koningin en de Paus.

UNE DE MAI debuteerde al als tweejarige op een provinciebaan en
won daarna alles wat er te winnen was, behalve de Prix d'Amérique
in 6 pogingen. Nietemin beschouwden de Fransen haar als:
DE BESTE: ze won alle topnummers in de hele wereld en
was meermalen Europees- en Wereldkampioen.
DE TROUWSTE: Ze deed altijd haar best en klopte alle hengsten.
DE LIEFSTE: ze was braaf, op reis, op het stalterrein en op de baan.
DE MOOISTE: ze was groot en indrukwekkend en
ze was blond, net als Brigitte Bardot.


Het begin
Une de Mai werd in 1964 geboren in het Franse dorpje Bournezeau, in de Vendée, naast de plaatselijke kerk, op de boerderij van Hippolyte Bernereau, een kleine hobbyfokker. Deze grote vosmerrie, dochter van Kerjacques en Luciole III, met een witte bles, grote oren en een licht koehakkige stand van de achterbenen, leek niet voorbestemd voor een roemrijke carrière. De fokker had de merrie samen met een ander veulen verkocht aan de heer Lemelletier voor 13.000 F.Frs. Trainer Pierre-Désiré Allaire (de vader van Philippe) had toen een heel goed jong paard genaamd Toscan in training. Hij kwam uit de eerste lichting van de nog niet zo populaire dekhengst Kerjacques. Allaire ging op zoek naar jaarlingen uit de volgende jaargang van deze hengst en kwam bij Lemelletier terecht. Hij kocht Une de Mai samen met 6 andere Kerjacques-producten voor 120.000 F.Frs. De grote merrie toonde veel talent en na 10 maanden verkocht Allaire de helft van haar voor 200.000 aan Graaf Pierre de   Montessont (de eigenaar van Toscan). De merrie verhuisde naar de stallen van Jean-René Gougeon en toen zij succesvol begon te koersen werd Jean-Lou Peupion haar vaste groom.
De graaf vertelde later: “Pierre Allaire zei altijd tegen Jean-René Gougeon en mij: ‘Ik heb er een die tien keer beter is dan Ulysse Mab, zij heet Une de Mai.’ Maar we hadden haar nog nooit in het echt gezien. Dus ik zei tegen hem: ‘Neem haar mee naar Jean-René Gougeon, dan zien we wel.’ Une de Mai was erg nerveus, een beetje wild. Nadat Jean-René Gougeon haar had uitgeprobeerd, zei hij tegen me: ‘Ik weet niet of ik haar getemd krijg, maar als het me lukt, is het een fenomeen.’ Ik zei meteen ja.” Hij voegde er grappend aan toe: “Maar ik moest wel naar de bank, want de prijs was hoog, ook voor de helft.”

Carrière
Haar eerste grote overwinning was in het Critérium des 3 Ans, waarin ze een grote fout maakte bij de start, maar zich herstelde en gemakkelijk won. Jean-René Gougeon besloot haar vervolgens een week later in te schrijven voor de Prix de Vincennes (monté). Zijn broer Michel Gougeon was haar jockey en de merrie domineerde het veld. Une de Mai keerde weer snel terug voor de sulky, behaalde nog meer overwinningen en bleef die winter ongeslagen in acht starts. Ze sloot haar seizoen af met overwinningen op haar oudere concurrenten, Sabi Pas en Seigneur (die 50 meter achter haar startten), in de Prix de Sélection en op haar jaargenoten in de Prix Ephrem Houel (waarbij ze 25 meter voorsprong gaf op Uno en Upsalin). Daarna volgde haar eerste buitenlandse reis voor de Prix d'Europe in Milaan, waarin zij Uti Rogas II en Qurago met gemak versloeg. Na een tiende opeenvolgende overwinning in de Prix Phaëton, leed Une de Mai haar eerste nederlaag met Jean-René Gougeon in het Critérium des 4 Ans, waar Upsalin (gereden door Henri Levesque) haar met een neuslengte versloeg. Niet lang daarna behaalde zij haar eerste grote internationale overwinning in de Prix d'Europe in Milaan.
In 1969 won ze voor het eerst het Grand Critérium de Vitesse de la Côte d'Azur, een internationale sprintkoers over de mijl in Cagnes-sur-Mer, de baan waarop ze ongeslagen bleef. Ze was vijf jaar oud en stond op het punt de Atlantische Oceaan over te steken.

Boven: Une de Mai met J.R. Gougeon op Vincennes.

Het WK in de Verenigde Staten
Daarna volgde het vertrek naar New York, waar de Amerikaanse kampioen Nevele Pride haar opwachtte in de Roosevelt International Trot, een koers op uitnodiging met een dotering van $100.000, het officieuze wereldkampioenschap voor dravers over 2011m met autostart, waar de hele wereld naar keek. Op de kleine 800 meter baan van Roosevelt Raceway, waarop de Amerikanen in het voordeel waren. Vóór het gevecht tegen de 4-jarige Nevele Pride, winnaar van de Triple Crown voor 3-jarigen (Hambletonian, Yonkers Trot, Kentucky Futurity), met 26 overwinningen in 29 starts als 2-jarige en 21 zeges in 24  starts als 3-jarige, dachten de Amerikanen dat hun kampioen onverslaanbaar was. Maar tijdens de persconferentie vooraf had pikeur Jean-René Gougeon tegen zijn Amerikaanse gehoor gezegd dat hij was gekomen om te winnen en hij werd daarom uitgelachen. Pierre de Montesson zou later zeggen: "Stanley Dancer, de trainer-rijder van Nevele Pride, had op de persconferentie voor de race verklaard: 'Wat doet die Une de Mai hier?' Na de koers vertelde hij me dat hij nooit had gedacht dat hij verslagen zou worden. Mijn vrouw en ik waren die avond aanwezig, samen met Jacques Sallebert (redactie: journalist, directeur van ORTF in New York)." Alle drie, samen met de 50.000 aanwezigen op die avond van 23 augustus 1969, waren we getuige van een spektakel dat we nooit zouden vergeten. Op deze kleine baan van 800 meter stonden de acht paarden naast elkaar opgesteld, in één rij achter de startauto. Nevele Pride, die van buitenaf startte, schoot als een raket weg en overtrof zijn rivalen om in de eerste bocht als eerste te eindigen, vóór Une de Mai (nr. 5)! Jean-René Gougeon gaf later commentaar: “Ik viel hem aan in het rechte stuk na de eerste bocht, en hij pakte een halve lengte voorsprong in de tweede bocht. Ik viel vervolgens opnieuw aan op het rechte stuk, daarna bij de tweede passage voor de tribunes, en uiteindelijk een vierde keer op het laatste rechte stuk. Nevele Pride bleef in de bochten terugkomen. Toen kwam de laatste bocht, waar Stanley Dancer zijn zweep ophief en zijn paard twee keer aantikte. Op dat moment dacht ik bij mezelf: ‘Ik heb je te pakken.’ Nevele Pride had een lengte voorsprong op ons, maar Une de Mai, die erg taai was en tijdens de koers meerdere versnellingen kon inzetten, schakelde een tandje bij, en we versloegen hem overtuigend.” Ik putte hem uit door hem tijdens de race meerdere keren aan te vallen, iets wat niemand tot dan toe had durven doen. Als ik in zijn kielzog had gewacht om hem met een sprint te verslaan, was dat niet gelukt.  Later paste ik dezelfde tactiek toe met Ourasi tegen Mack Lobell.” In de volgende jaren werd ze weer uitgenodigd voor het Wereldkampioenschap, met als resultaat 1e in 1971, 2e in 1972 en 3e in 1973. Vaak bleef de merrie dan met Peupion in de VS om in nog enkele andere koersen zoals de Challenge Cup te lopen.

Boven: Nevele Pride heeft de kop en is in de bocht weer iets uitgelopen.
Une de Mai (links) loopt in het dodenspoor met de neus in de wind
en gaat hem op het rechte stuk weer aanvallen.

Boven: 50.000 Amerikanen op de tribunes zien hun favoriet
Nevele Pride geklopt worden door de Franse reuzin Une de Mai
in het Wereldkamioenschap van 1969.

Boven: Ook in 1971 won Une de Mai (linksboven) het WK in New York.
Ze klopt de Amerikaanse Fresh Yankee (nr.4), de Zweedse Amerikaan
Dart Hanover (1A) en de Fransman Tidalium Pelo (nr.5).

Boven: In het WK van 1972 is Fresh Yankee (links) Une de Mai te snel af.

Ongeslagen in Cagnes
Ze won het Grand Critérium de Vitesse de la Côte d'Azur, de internationale sprintkoers over 1.609 meter in Cagnnes-sur-Mer, vijf keer op rij, van 1969 t/m 1973. Pierre de Montesson: “De grote kracht van Une de Mai was haar vermogen om in een oogwenk van een tempo van 1'20" naar een tempo van 1'12" te schakelen. Ze kon terugschakelen en meteen weer versnellen.”

De Koningin zonder kroon
Zo wordt ze wel genoemd omdat ze in 6 pogingen van 1969 t/m 1974 nooit de Prix d’Amérique heeft kunnen winnen. Ze werd achtereenvolgens 2e, 6e, 3e, 7e (door hinder, zie foto hieronder), 4e en 4e. En telkens had heel Frankrijk een kater. De Prix de France (2100 m) en de Prix de Paris (3200 m) won ze meerdere keren, maar de Prix d'Amérique (2600 m) was haar niet gegund. Ze werd daarom “de Koningin zonder Kroon” genoemd. Maar volgens Gougeon “had ze hem vier keer kunnen winnen. Waarom het steeds mis ging? Nou, het eerste jaar werd ze gewoon door de betere Upsalin geklopt. Het volgende jaar heb ik haar stalgenoot Toscan (van dezelfde eigenaar, ze liepen onder stalweddenschappen) laten winnen omdat dat goed was voor zijn carrière als dekhengst. Daarna kreeg ze in kansrijke positie een aanrijding in de laatste bocht. Het volgende jaar reageerde ik niet snel genoeg toen er een gaatje kwam aan het begin van de heuvel. De latere winnaar Dart Hanover dook wel in dat gaatje. Vervolgens werd Une de Mai wat te oud om nog te kunnen winnen.”

Boven: Une de Mai (midden) leek in 1972 eindelijk de Prix d'Amérique
te gaan winnen. Leek... want in de laatste bocht sprong
Vismie (rechts) en werd ingehouden; het sulkywiel van Une de Mai
haakte achter dat van Vismie (zie pijl). Beide merries stonden
bijna stil, Tidalium Pélo schiet voorbij en wint de koers.

Grote Prijs der Lage Landen
Twee keer liep ze in onze Grote Prijs der Lage Landen op Duindigt omdat die koers onderdeel was van het Europese Circuit. In 1971 won ze gemakkelijk in 1.19,7 over 2140 m, het jaar daarop werd ze na hevige strijd in 1.17,4 geklopt door de kleine Belg Fideel, die ze 40 m had moeten geven. De reuzin tegen de dwerg, een onvergetelijke koers. Duindigt stond op zijn kop.

GPdLL

Boven: Une de Mai op weg naar de start op Duindigt.
Jean-René Gougeon is de trainer/pikeur en rechts
loopt verzorger Jean-Louis Peupion.

GPdLL

Boven: Une de Mai in het voorwerk op Duindigt.
(Ansichtkaart)

GPdLL

Boven: Une de Mai wint met een straatlengte voorsprong.
aan de reling zien we Gallant Way, die knap vijfde wordt.

GPdLL

Boven: Begonnen met 60 meter achterstand, bereikt Une de Mai
(met J.R. Gougeon) met grote voorsprong de finish voor
de Belg Busiris, de Fransen Un Coeur B en Vaisonnais D
en onze eigen Gallant Way.

GPdLL

Boven: ereronde van Une de Mai.
Jean-René Gougeon weet hoe het hoort en
heeft zijn helm afgezet.

GPdLL

Boven: Sensatie op Duindigt in de GPdLL 1972: de wereldcrack wordt verslagen:
De Belgische dreumes FIDEEL klopt de Franse reuzin UNE DE MAI!!!
Hij benutte knap zijn 40 m voorgift en dwong Une de Mai
tot een grote verbetering van het koersrecord naar 1.17,4.
Derde werd Azelino B (rechts), hier nog in Franse
handen. Later zou hij in Nederland worden
geïmporteerd en bij Tom Kooyman in training komen.

Driemaal Europees Kampioen
Ze heerste oppermachtig in de Europese drafsport van 1969 tot 1973, toen ze de meeste grote internationale draverijen in Frankrijk en daarbuiten wist te winnen. Drie jaar achtereen ('69 t/m '71) won ze het Europese circuit, een serie van topkoersen door heel Europa met een puntentelling. Later heeft alleen Idéal du Gazeau hetzelfde gepresteerd.

Resumé
De merrie was een kampioen op Vincennes, maar was ongetwijfeld nog beter op een vlakke banen, vandaar haar klinkende successen in Europa en in de Verenigde Staten. Alleen al in Frankrijk won ze 43 koersen, waaronder een aantal monté. In het buitenland behaalde 29 overwinningen. Twee keer werd ze Wereldkampioen in New York. Drie jaar achtereen ('69 t/m '71) won ze het Europese circuit! Een topmerrie. Haar belangrijkste zeges staan hieronder.

De prestaties van Une de Mai



Herinneringen van haar groom
Jean-Lou Peupion herinnert zich: “Une de Mai was behoorlijk groot (1,65 m) en tijdens het reizen had ze veel ruimte nodig. In de vrachtwagen ging ze liggen en leunde dan tegen de onderste zijkanten. In het vliegtuig was ze nerveus. Toen ik voor het eerst voor haar zorgde, was ze erg nerveus en trok ze erg voor de kar. Het duurde een jaar voordat ze in een rustig tempo kon lopen! Tijdens het reizen kostte het me soms de hele ochtend om haar te beslaan.” Tijdens de koersen droeg ze een leren bit dat aan de onderkant vastzat, en ze was licht beslagen met vier aluminium hoefijzers. Ze werd ook behoorlijk intensief getraind. Hij voegde eraan toe: "Jean-René Gougeon trainde Une de Mai en mij. Hij vertrouwde de merrie al snel aan mij toe. Ik wist destijds niet veel van paarden, maar hij zag dat ik er dol op was. Natuurlijk wordt een kampioen als kampioen geboren, maar het gebeurt niet vanzelf. Je kunt geen kampioen creëren als je er niet van houdt. Je moet constant bij een kampioen zijn. Ik zorgde alleen voor haar. ik liet haar elke ochtend anderhalf uur en 's middags drie kwartier buiten lopen. Ik liep ook met haar aan de hand en verzorgde haar. Ik bracht uren met haar door! Paarden werden toen nog niet los in paddocks gezet." Dankzij Une de Mai reisde ik, de kleine boer, de wereld rond en verbleef ik in 1972 vier en een halve maand alleen met haar in de Verenigde Staten, toen ze daar en in Canada koerste. Ze vocht zoveel gevechten. Wat een klasse en moed had ze!

Boven: Une de Mai en haar groom Jean-Lou Peupion.

Jean-René Gougeon zei enkele jaren later: "Als ik voor een nieuwe wereldtour zou moeten kiezen uit de grote kampioenen, die heb gereden, Roquépine, Une de Mai, Bellino II, Hadol du Vivier en Ourasi, dan zou Une de Mai hebben gekozen. Van haar heb ik een schilderij, gemaakt door Salvador Dali, in de huiskamer hangen. Zij was mijn favoriet, het was werkelijk een uitzonderlijke merrie. Je moest haar anders rijden dan Roquépine, meer afwachtend en dan vertrouwen op haar klasse in het laatste deel van de koers."

Boven: Une de Mai en haar trainer/rijder Jean-René Gougeon.

prent

Boven: De Spaanse schilder Salvador Dali was zo onder de indruk van de Franse wereldkampioene Une de Mai, dat hij een "schilderij" (lithografie) van haar maakte. Hij gebruikte een vergroting van een foto en kliederde daar wat verf en vlinders op. Hij tekende ook wat strepen op de baan voor een ruimtelijk effect. Zo lijkt het alsof de merrie over de aarde zweeft. Pikeur Jean-René Gougeon kreeg een kopie van dit werk.

In de fokkerij
Haar broer Schérif B 1.18 werd dekhengst, haar zusters deden het goed in de fokkerij, maar Une de Mai kon haar wereldklasse niet doorgeven aan haar nageslacht. Bij de geboorte van haar eerste veulen kreeg ze een interne bloeding, waarna men de merrie moest laten inslapen. Het veulen werd met de fles grootgebracht en dit was de merrie May Flower, die recordloos bleef en zelf ook maar één veulen kreeg, t.w. de merrie Reine de Mai 1.22 (2 overwinningen op Vincennes). Laatstgenoemde deed het in de fokkerij beter en bracht 11 veulens ter wereld, waarvan een aantal het redelijk tot goed heeft gedaan.

Une de Mai stamt van de basismerrie Busardine (1901), waarvan veel kampioenen afstammen o.a. Fan Idole 1.10, Olten L 1.16, Queila Gede 1.14, Vat 1.18, Elpenor 1.18m, Petit Sam 1.15 en Insert Gede 1.11.


Bronnen:
- boek «50 Ans de courses» door Jacques Pauc
- Wikipedia en de website van LeTrot



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Museum:

Museumstukken

Prentenboek

<Hall of Fame