NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >


De oorsprong van de drafsport


topper

Boven: Drafsport is een fascinerende, spannende en eerlijke vorm
van paardensport, met een eigen supersnel paardenras, de harddraver.
Deze foto toont 3 dravers, die met ruim 50 km/h op de finish afstormen,
onder oorverdovend lawaai van 35.000 toeschouwers, die allemaal een
bijzondere betrokkenheid hebben, hetzij vanwege de nationaliteit van het
paard of de rijder, hetzij vanwege hun weddenschap op één van de paarden
of omdat ze er gewoon een fan zijn. Iedereen leeft geweldig mee.
Het is de spannende aankomst van de Prix d’Amérique 2019 op Vincennes.
V.l.n.r. Bélina Josselyn (1e), Looking Superb (2e) en Readly Express (3e).
Een Zweed en een Noor tegen een Française en Bélina Josselyn (links)
heeft de Franse eer hooggehouden. De volle tribune ontplofte......
Hoe is dat zo gekomen? Hoe is dat ooit begonnen?

Paardenraces al ruim 2 eeuwen oud

(door de webmaster)

In de oudheid werden al paardenrennen gehouden. Afbeeldingen hiervan zijn te vinden op Griekse en Romeinse vazen en we kennen allemaal de film Ben Hur, met de vierspannen voor de strijdkar. Met het opschuiven van de beschaving en de economische vooruitgang, schoof ook het paardengebruik naar het noorden op en daarmee ook de paardenracerij. Races werden meestal gekoppeld aan feestdagen en het publiek draafde dan massaal op. Eindelijk viel er iets te beleven. De bekende Paleo van Sienna (It) dateert uit de 14e eeuw. Eerst werd het vooral gedaan met gewone gebruikspaarden, later bleek dat bepaalde rassen daarvoor beter geschikt waren. In Engeland ontstond in de 18e eeuw het Engelse Volbloed-ras, het renpaard.
Bij ons werden toentertijd wedstrijden met paarden gehouden in de dorpsstraten over 300 meter. In de USA werd geraced met dravende paarden over langere afstanden (1.609 m), gespannen voor lichte koetjes met 4 wielen. Vergeet niet dat het paard tot en met de 19e eeuw het enige vervoermiddel was. Daar wilde je je ook snel mee verplaatsen en zo is de drafsport ontstaan. Dat er weddenschappen op konden worden afgesloten gaf een nieuwe dimensie en zorgde ervoor dat er veel publiek op afkwam. Galoprennen en draverijen werden in de 19e eeuw vaak gecombineerd, net zoals we nu nog op Duindigt doen. Ook in Frankrijk werd al lang geleden met dravende paarden gekoerst, zowel met de hoogwielige sulky's als onder de man (monté).


Kortebaan

De drafsport is één van de oudste officiële sporten in ons land. In de 18-de eeuw waren de drie belangrijkste sporten het schaatsen, de zeilpartijen en de harddraverijen. Dit wordt uitvoerig in oude boeken beschreven. Het begon er in de Middeleeuwen mee dat een boer zijn buurman uitdaagde en met hem wedde dat hij met zijn snelle paard het eerste bij de kerk was. Later werden onderlinge wedstrijden georganiseerd door kasteleins en herbergiers. Ook plaatselijke bestuurders en soms zelfs het kerk- en armenbestuur zagen er een mogelijkheid in om extra volk naar het dorp te trekken en daarmee wat geld te verdienen. Honderden dorpen hadden hun jaarlijkse kortebaandraverij, gecombineerd met een jaarmarkt, feest of kermis. Vaak werd een zilveren zweep of servies uitgeloofd voor de winnaar. Oude bronnen vermelden dat er al in 1554 tijdens de beroemde jaarmarkt in Valkenburg (ZH) om een zilveren zweep werd gestreden. Het Koninklijk Huis loofde soms een Gouden Zweep uit en bekend is dat Stadhouder Willem V al in 1777 zo’n dure zweep ter beschikking stelde in Leeuwarden. De Koninklijke familie is lange tijd verbonden geweest met onze sport, niet in het minst door Prins Bernhard, die in de tweede helft van de vorige eeuw jaarlijks de Gouden Zweep uitreikte op één van onze drafbanen. De traditie van de kortebanen, een afvalrace, waarbij telkens met twee paarden wordt gestreden over een stuk rechte weg van ca. 300 m, is altijd in stand gebleven. Nog steeds wordt in ons land “gekortebaand”, vooral Noord- en Zuid-Holland. Jaarlijks worden er wedstrijden georganiseerd in ca. 30 dorpen en steden. De kortebaanvereniging van Santpoort bestaat sinds 1752, dus al meer dan 260 jaar, en is daarmee één van de oudste verenigingen van ons land!

De Kortebaan in beeld

Boven: Detail uit een grote prent die is gesigneerd met S. Fokke 1778.
De prent is opgenomen in een boek van J. Le Franck van Berkhey uit 1769.
Dit boek is het eerste deel (Het Paard) van het vierde deel uit een serie
over de Natuurlijke Historie van Holland. Er staat op deze website een
uitvoerige beschrijving van deze kortebaan wedstrijd uit 1778.
Click HIER

Boven: Een kortebaandraverij in vroeger tijden. Er werd gekoerst met
'boerenpaarden'. Ze werden gereden "vanaf de deken", dus zonder zadel.
"Onder den man", zoals dat toen heette. De rijders droegen een pet, een
fluwelen vest, een korte broek, lange kousen en lage schoenen met gespen.
Dat waren de voorschriften. Deze prent werd in de 19e eeuw vaak gebruikt
ter illustratie van het wedstrijd-programmablad.

Woestduin

Boven en onder: Kortebaan te Medemblik in 1842.

Woestduin



Boven: Kortebaandraverij te Utrecht op de Maliebaan in 1883.
Aquarel geschilderd door de Utrechtse kunstschilder
Willem de Famars Testas in 1883.
Ook hier werd gekoerst met 'boerenpaarden'.

Sophia

Boven: Re werd ook aangespannen gedraafd op de toenmalige kortebaan.
Dit is de beroemde Friese harddravermerrie Sophia
"zoals zij den Koningsprijs won, 14 mei 1873".
Dit ging om een kortebaandraverij en de merrie liep niet voor
een Amerikaanse lichtgewicht sulky, maar voor een sjees
op een verharde weg. Zoals hieronder.

Boven: De beroemde Otto Eerelman maakte dit schilderij van een
'Harddraverij met sjezen op de Korreweg', kortebaan,
aan de noordkant van de stad Groningen, ca. 1880.
De kortebanen bleven naast de langebaan bestaan, tot in
de tegenwoordige tijd. Ten tijde van het toto-verbod (1911-1942)
hield de kortebaansport de drafsport in ons land in stand.

Boven: Tegenwoordig zijn de kortebaanwedstrijden minstens even populair
als vroeger. Dit is een beeld van de Heemskerkse kortebaan in 2017,
met tegen de 10.000 bezoekers! Twee dikke hagen van mensen,
300 meter lang! En ze hebben allemaal een gokje gewaagd.


Langebaan

In eerste helft van de 19-de eeuw waaide vanuit Engeland de rensport over naar ons land. De adel ging wedstrijden met Engelse Volbloeds organiseren op een lange ronde renbaan, zodat met meer paarden tegelijk over langere afstanden kon worden geraced. Oogmerk van het koersen met geïmporteerde paarden was de verbetering van de inlandse paardenrassen, inclusief de leger- en politiepaarden. Vanaf 1844 werden in Nederland ook koersen met harddravers georganiseerd op de zogenaamde langebaan. In de duinen bij Zandvoort was daartoe een ronde baan uitgezet voor galoprennen en draverijen. Er kwamen steeds meer renbanen en de sport werd ongekend populair. Er konden weddenschappen worden afgesloten bij bookmakers en later op de officiële toto, hetgeen nodig was voor de exploitatie van de renbanen. In 1887 werd voor het eerst de totalisator op de Nederlandse banen geïntroduceerd. De inhouding was toen 12,5 % en dat geld werd voornamelijk gebruikt voor prijzengeld. Een vijfde deel ging naar het Fonds ter bevordering van de Paardenfokkerij. De sport en fokkerij maakten in die jaren een fantastische ontwikkeling door en er werden steeds meer draf- en renbanen geopend en uitstekende harddravers geïmporteerd.

Toto-verbod
Langzamerhand tekenden zich echter donkere wolken af voor de sport. Het koersen op zondag en het wedden op paarden werden door confessionele partijen in een kwaad daglicht geplaatst. In bepaalde gemeentes werden de koersen op zon- en feestdagen verboden, zoals in Bloemendaal, waar de prachtige, 10 jaar oude renbaan Woestduin binnen een jaar na het verbod moest worden gesloten omdat deze niet meer was te exploiteren. In 1909 wisten de confessionele partijen in de Tweede Kamer met 36 tegen 34 stemmen een toto-verbod te bewerkstelligen via de “Zedelijkheidswet”, om zo een einde te maken aan “de zedeloosheid van het wedden op paarden op zondagen". Halverwege 1911 werden op Duindigt de laatste weddenschappen afgesloten. Daarmee werd in één klap de Nederlandse draf- en rensport vernietigd. Het aantal meetings daalde van 83 in 1910 naar 4 in 1913 en 1914. Renbanen werden gesloten, fokkers en eigenaren stopten ermee, professionals zochten hun heil in het buitenland en veel goede paarden verdwenen over de grens. Alleen de illegale bookmakerij hield stand op de plaatsen waar af en toe nog een meeting werd gehouden. Dankzij de kortebaanwedstrijden in de verschillende dorpen bleef er nog iets van de sport over.

Bloeiperiode
Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hief de Duitse bezetter het totalisatorverbod op en werden er meer koersmeetings georganiseerd. Vanwege het oorlogsgeweld werden de koersen vanaf september 1944 geheel stilgelegd. Op 16 juni 1945 werd er voor het eerst weer gekoerst, met totalisator, want die is na de capitulatie van de Duitsers blijvend toegestaan. Na de oorlog kwam de sport en fokkerij weer goed op gang om in de jaren 70 en 80 een hoogtepunt te bereiken. Daarna kreeg de toto veel concurrentie van andere wedmogelijkheden zoals de voetbaltoto en de casino’s. De hoop is nu gevestigd op internationalisering van sport, fokkerij en toto.

De draf- en rensport is trots op zijn historie, hetgeen tot uiting komt in een groot aantal boeken en artikelen, die worden bewaard in het zeer uitgebreide NDR-Archief met bijbehorend Nationaal Draf- en Rensport-Museum op Duindigt. De historie wordt naar buiten gebracht met de nieuwe media via deze website www.archiefndr.nl.


Draverijen in beeld


prent

Boven: In de 'oertijd' van de drafsport werd in de USA met de vierwielige
wagen gekoerst. Het was een ultra lichte uitvoering van de koets.
Hier zien we Black Hawk en Jenny Lind in 1807.

prent

Boven: In 1867 liep de voshengst Dexter (van Hambletonian 10 uit Clara)
met een mijltijd van 2.17,2 (km.tijd 1.25,3) een wereldrecord. Hij deed dat
voor de tweewielige wagen met de hoge wielen. Hier staat hij afgebeeld
met daaronder al zijn prestaties. Hij werd ook voor de vierwielige wagen,
soms in tweespan en ook onder de man gereden.


prent

Boven: De Amerikaanse Nancy Hanks was een razendsnelle merrie.
In 1892 verbeterde zij als 6-jarige het wereldrecord, dat met
een mijltijd van 2.08,2 op naam stond van de merrie Sunol,
naar 2.07,1. In hetzelfde jaar verbeterde Nancy haar eigen
record eerst naar 2.05,2 en later nog naar 2.04,1 (= 1.17,1).
Zij heeft Sunol's record dus met exact 4 seconden verbeterd,
mede geholpen door de op de prent getoonde revolutionaire sulky
met de kleine wielen en luchtbanden. Nancy's wereldrecord
bleef 4 jaar staan, want in 1896 liep de merrie Alix 2.03,7.
(zie ook de prentenpagina met wereldrecordhouders )

prent

Boven: Nancy Hanks doet haar wereldrecordpoging voor de
sulky met de kleine wielen, in partij met een galopperend
paard voor de ouderwetse sulky. (Foto uit 1892)
Haar achterkleindochter werd naar Frankrijk geëxporteerd,
waar ze moeder werd van de crack Amazone B, die in 1930 en 1933
de Prix d'Amérique wist te winnen en tussendoor ook nog 2e werd
met 25 m handicap.
Nancy Hanks is ook de stammoeder van onze Venividivici Joe en
van de Franse cracks Mara Bourbon en Face Time Bourbon.


prent

Boven: Ook op de beroemde baan van Churchill Downs in Kentucky werd
gegaloppeerd en gedraafd. De tekening - van een draverij in 1889 - geeft een
uitstekend beeld van de unieke atmosfeer in dit paarden-mekka van de VS.

Gouden_Zweep

Boven: Doordat er alom in Europa steeds meer renbanen voor galoprennen
werden aangelegd, won ook de drafsport in de eerste helft van de 19e eeuw
snel aan populariteit. In sommige landen (Nederland bijvoorbeeld) bleven
draverijen trouwens lange tijd méér publiek trekken dan de galoprennen.
De rennen zijn meer voor de chique adel, de draverijen voor de gewone man.
De hoge wielen van de sulky's, duidelijk te zien op deze prent van een
draverij in Le Havre (Fr.) in het jaar 1869, werden pas rond 1880 vervangen
door de 'fietswiel-formaat'-wielen met luchtbanden van tegenwoordig.
Europa volgde de ontwikkelingen in de USA op de voet en importeerde
ook veel Amerikaanse harddravers.

Woestduin

Boven: Wedren op 6 september 1844 nabij Zandvoort (sepiatekening van
C.C.A. Last), de eerste galoprennen in Nederland, in aanwezigheid van
de Koninklijke familie. Onderschrift:
De wedloopen en harddraverijen, ingesteld door de Societeit tot
Aanmoediging der Verbetering van het Paardenras, gehouden op het terrein
der Societeit nabij Zandvoort den 6den en 7den September 1844.
Er werd ook gedraafd, waarschijnlijk onder de man.

draver

Boven: De Vetlok met trainer/pikeur A.C. vd Akker.
In de lijst van de Nederlandse records staat De Vetlok
genoteerd als het paard dat in 1887 het record op
1.40,9 over 3375 m bracht, op een grasbaan.

prent

Boven: Het Hippodrome van Vincennes in het Bois de Vincennes in Parijs
werd geopend op 7 september in 1879 en dit is een beeld van de feestelijke
openingsmeeting. Er vond een ongeluk plaats en dat wordt hier getoond.
Naast van de linkervlag springt een paard in het publiek, zijn pikeur ligt op
de baan, de sulky met de hoge wielen is in tweeën gebroken.
Een klein smetje op zo'n mooie dag.

prent

Boven: De tribune van de drafbaan Vincennes (Parijs) is in de jaren 80 van de
20e eeuw ingrijpend gerenoveerd. De drafbaan wordt gezien als de Europese
draftempel met zijn baanlengte van 2 kilometer, publieks-capaciteit van meer
dan 35.000 bezoekers en ruime parkeergelegenheid binnen de baan. Het is de
locatie voor de belangrijkste draverijen van Frankrijk. Sinds 1920 wordt op de
laatste januari-zondag van elk jaar de Prix d'Amérique verreden, nu met een
eerste prijs van ca. 500.000 Euro de belangrijkste draverij van Europa!
Op zulke dagen kijkt de hele wereld naar de prachtige drafsport, met
beroemde deelnemers. Er worden miljoenen op de toto gespeeld.
Deze Franse draftempel is klaar voor de toekomst.
Nu Duindigt nog........


Draverfokkerij

In vroeger jaren werd er op de kortebaan gedraafd met boerenpaarden en koetspaarden. In de tweede helft van de 19e eeuw werden Engelse Volbloeds, Hackney's en Russische en Amerikaanse harddravers geïmporteerd om een echt Nederlands harddraverras (Stamboek) voor de langebaandraverijen mee op te bouwen. In de 20e eeuw werden in de fokkerij vooral veel Amerikaanse en Franse dravers gebruikt, met veel Engels Volbloed in hun stambomen. De Amerikanen noemen
het ras de Standardbred (trotters and pacers), de Fransen zeggen Trotteur
en Demi-Sang (halfbloed). Wij Nederlanders praten over harddravers.


Vaderlijnen in de draverfokkerij

prent

Boven: Alle Amerikaanse dravers en de meeste Europese stammen af van
Hambletonian 10. Sommige Franse dravers hebben nog een (oude) afwijkende
vaderlijn, zie rechtse twee kolommen, maar die zijn nu nagenoeg uitgestorven.


Stamvader Darley Arabian

prent

Boven: De Darley Arabian, geb. 1700. Hij werd in 1704 gekocht in
Aleppo (Syrië) door Thomas Darley, naar wie hij is genoemd. Hij is
één van de drie stamvaders van het Engelse Volbloedras (de renpaarden).
Twee van zijn zoons, de broers Bartlett's Childers en Flying Childers,
zijn tevens stamvader van de meeste harddravers in de wereld.


Stamvader Godolphin Arabian

prent

Boven: Godolphin Arabian, Arabische Volbloedhengst,
geboren in 1725 in Meknes, Marocco. Over zijn leven is een roman
in het Nederlands verschenen: "El Sham, de zonnehengst".
El Sham is één van de beste paarden van de sultan van Marocco en wordt in 1729 met zeven lotgenoten cadeau gedaan aan koning Lodewijk XV van Frankrijk. Daar heeft men geen begrip voor dit kostbare geschenk. De paarden zijn veel te klein en ze zijn moeilijk te berijden. Ze worden verwaarloosd en uiteindelijk weggegeven. De kostbare El Sham loopt later voor een schillenkar in Frankrijk. Er begint een lange zwerftocht door Frankrijk en Engeland, steeds onder de hoede van de "neger" Agba, die vanuit Marocco met de hengsten was meegezonden. Ook de kater Moumou blijft een onafscheidelijke vriend. Zijn laatste eigenaar, de Engelse Graaf Godolphin, ziet eerst ook helemaal niets in de edele Arabische hengst en zet hem in een kleine stal. De stalmeester daarentegen gelooft wel in El Sham en laat hem stiekem een merrie dekken. Het product van deze kruising is Lath, die onverslaanbaar blijkt. El Sham krijgt eerherstel en een eigen marmeren stal. Hij wordt The Godolphin Arabian genoemd, naar zijn eigenaar. De hengst behoort, samen met The Darley Arabian en The Byerly Turk, tot de 3 stamvaders van het Engelse Volbloedras.
The Godolphin Arabian staat ook enkele malen in de stamboom van Hambletonian 10, waardoor zijn bloed nog stroomt in alle tegenwoordige harddravers. Hij is ook de stamvader van de Franse lijn Conquérant-Reynolds-Fuschia, waarvan Fandango en Kerjacques de bekendste nazaten in laatste 50 jaar zijn.


Stamvader Hambletonian 10

prent

Boven: Beroemde Currier & Ives-prent van Hambletonian 10
(geb. 1835) en zijn eigenaar William Rysdyk. De man was van
Nederlandse komaf en heette eigenlijk Rijsdijk. Nagenoeg alle
harddravers en pacers in de wereld stammen van deze hengst af.
Er is ook veel op hem ingeteeld en in de moderne pedigrees
komt hij soms wel meer dan 1000 keer voor.

Voor uitvoerige informatie over de draverfokkerij verwijzen wij
naar de website van de Fokkersvereniging, www.dutchtrotters.nl
Click HIER

 

terug naar de Geschiedenis van de drafsport



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Ned.drafsport

< Ned. rensport

Klassiekers

Kampioensch.

Dravers

Records

Langebanen

Kortebanen

Kortebaners

Rennen

Volbloeds

Mensen

Diverse